NJ 1936/519
Het opzettelijk uitlokken van een overtreding van art. 435 a Sr. Opdracht van een leider tot het dragen van roode broeken en rokken in een optocht van de Ned. Arbeiderssportbond. Tijdstip van de uitlokking en van de uitgelokte handeling.
HR 09-03-1936, ECLI:NL:HR:1936:186
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 maart 1936
- Magistraten
Mrs. Visser, Taverne, Kirberger, Kranenburg en Donner
- Zaaknummer
[09031936/NJ_1936-519]
- Conclusie
Mr. Berger
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1936:186, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑03‑1936
- Wetingang
Essentie
Het opzettelijk uitlokken van een overtreding van art. 435 a Sr. Opdracht van een leider tot het dragen van roode broeken en rokken in een optocht van de Ned. Arbeiderssportbond. Tijdstip van de uitlokking en van de uitgelokte handeling.
Samenvatting
De uiteraard in haar geheel te lezen dagv., brengt ook t. a. v. het in het eerste middel bedeelde subsidiaire gedeelte („althans van een bepaald staatkundig streven") voldoende tot uitdrukking, welk feit req. wordt telastegelegd.
De omstandigheid, dat een t.l.l. een bij aandachtige lezing duidelijk aan het licht tredende misstelling bevat, behoeft niet tot nietigheid van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.