Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm
Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/4.4.1:4.4.1 Het arrest VvE/CSM
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/4.4.1
4.4.1 Het arrest VvE/CSM
Documentgegevens:
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS590820:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aanleiding tot het arrest VvE/CSM vormde een langslepend conflict tussen de Vereniging voor de Effectenhandel (VvE) en het beursgenoteerde CSM. In verband met in de loop der tijd gewijzigde inzichten ten aanzien van het gebruik van beschermingsconstructies,1 wenste de VvE op enig moment met CSM tot een aanpassing van de tussen hen bestaande noteringsovereenkomst te komen, zulks met het oog op beëindiging van CSM' s notering ter beurze van zogeheten niet-royeerbare certificaten. CSM beriep zich evenwel op onverkorte nakoming van de noteringsovereenkomst en weigerde medewerking aan de door de VvE gewenste aanpassing. Hierop zegde de VvE de overeenkomst tussen partijen op, "om op die wijze CSM te dwingen een nieuwe noteringsovereenkomst aan te gaan in de door de Vereniging gewenste zin".2
Deze gang van zaken vond in de ogen van het Hof geen genade: het oordeelde dat een duurovereenkomst die niet in een bevoegdheid tot opzegging voorziet, niet op grond van het bepaalde in art. 6:248 kan worden opgezegd indien als grond voor de opzegging wordt aangevoerd dat ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag worden verwacht; in zo'n geval zou volgens het Hof enkel de weg van rechterlijke aanpassing of ontbinding op de voet van art. 6:258 BW openstaan. Anders oordeelde evenwel de Hoge Raad:
"De klacht gaat uit van een juiste opvatting omtrent de verhouding tussen de art. 6:248 en 6:258. Ook indien in een geval als vorenbedoeld op de voet van art. 6:258 wijziging van een duurovereenkomst kan worden gevorderd, staat het bestaan van deze mogelijkheid niet eraan in de weg dat de overeenkomst geldig kan worden opgezegd ingeval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid instandhouding van de overeenkomst in ongewijzigde vorm niet mag worden verwacht. In dat geval is noch toepassing van het eerste lid van art. 6:248 (redelijkheid en billijkheid brengen mee dat de overeenkomst met een bevoegdheid tot opzegging in de gegeven omstandigheden wordt aangevuld), noch ook toepassing van het tweede lid van dit artikel (een beroep op het ongewijzigd voortduren van het overeengekomene is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar) uitgesloten doordat de opzeggende partij op grond van dezelfde omstandigheden ook had kunnen kiezen voor een vordering tot wijziging van de overeenkomst op de voet van art. 6:258."