Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.1.2:8.1.2 Opbouw
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.1.2
8.1.2 Opbouw
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS585245:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
341. Het hoofdstuk is als volgt opgebouwd. In paragraaf 8.2 worden de hoofdlijnen van art. 60 Fw behandeld. In paragraaf 8.3 komt de samenloop van pand- of hypotheekrecht en retentierecht in faillissement van de schuldenaar aan bod. In paragraaf 8.4 ga ik in op de vraag of art. 60 Fw onverminderd toepasselijk is als een van de vereisten voor de uitoefening van retentierecht pas tijdens faillissement vervuld wordt.
In dit hoofdstuk veronderstel ik dat aan de vereisten voor uitoefening van het retentierecht (en voor derdenwerking) is voldaan. Bovendien veronderstel ik dat de zaak al moet worden afgegeven uit hoofde van de overeenkomst, maar alleen het retentierecht daar nog aan in de weg staat. Als dat (nog) niet zo is, dan is art. 60 Fw niet van toepassing. Daarover gaat hoofdstuk 7.
Dit hoofdstuk gaat uitsluitend over het geval waarin de schuldenaar van de retentor eigenaar is van de zaak en deze eigenaar failliet is. De vraag wat de positie van de retentor is als hij retentierecht uitoefent op een zaak van een derde en die derde is failliet, komt aan bod in hoofdstuk 9.