AB 2021/6
De Awb schrijft voor dat de griffier aantekeningen bijhoudt van het verhandelde ter zitting, niet dat er een geluidsopname moet worden gemaakt. Het ontbreken van een geluidsopname is niet in strijd met de rechtszekerheid.
RvS 14-10-2020, ECLI:NL:RVS:2020:2434, m.nt. A.M.L. Jansen
- Instantie
Raad van State
- Datum
14 oktober 2020
- Magistraten
Mr. H.C.P. Venema
- Zaaknummer
202001552/1/R4
- Noot
A.M.L. Jansen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS247820:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:2434, Uitspraak, Raad van State, 14‑10‑2020
- Wetingang
Essentie
De Awb schrijft voor dat de griffier aantekeningen bijhoudt van het verhandelde ter zitting, niet dat er een geluidsopname moet worden gemaakt. Het ontbreken van een geluidsopname is niet in strijd met de rechtszekerheid.
Samenvatting
Appellant betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen geluidsopname heeft gemaakt van de zitting. Het ontbreken daarvan is in strijd met de rechtszekerheid. Artikel 8:61, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) schrijft voor dat de griffier aantekeningen bijhoudt van het verhandelde ter zitting. De Awb schrijft niet voor dat er een geluidsopname moet worden gemaakt. In het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.