NJ 2025/269
Personen- en familierecht. Gezamenlijke gezagsuitoefening ouders; geschillenregeling (art. 1:253a BW); plaats belang kind.
HR 19-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1322
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/04327
- Conclusie
A-G mr. L.M. Coenraad
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD26328:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1322, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:702, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑11‑2024
- Wetingang
Art. 1:253a BW
Essentie
Personen- en familierecht. Gezamenlijke gezagsuitoefening ouders; geschillenregeling (art. 1:253a BW); plaats belang kind.
Samenvatting
Art. 1:253a lid 1 BW bepaalt dat de ouders of een van hen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent aan de rechtbank kunnen voorleggen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Uit de omstandigheid dat in art. 1:253a BW is bepaald dat de rechtbank zodanige beslissing neemt als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt, mag niet worden afgeleid dat het belang van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.