V-N 2021/40.13
Verschil in BTW-heffing bij vaste en tijdelijke attracties niet in strijd met Btw-richtlijn
HvJ EU 09-09-2021, ECLI:EU:C:2021:720, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws (Phantasialand)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
9 september 2021
- Magistraten
Kumin, Von Danwitz, Ziemele
- Zaaknummer
C-406/20
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Roepnaam
Phantasialand
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS293689:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Tarief
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2021:720, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 09‑09‑2021
- Wetingang
art. 98 Richtlijn 2006/112/EG
Essentie
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het verschil in BTW-heffing bij seizoensgebonden exploitatie en permanente exploitatie van attracties niet in strijd is met het EU-recht. Daarbij moet dan wel de fiscale neutraliteit worden geëerbiedigd. Het is aan de Duitse rechter om dat te onderzoeken.
Samenvatting
Phantasialand exploiteert een attractiepark in Duitsland. Volgens Phantasialand is op de toegangsgelden die zij aan haar bezoekers in rekening brengt, het verlaagde BTW-tarief van toepassing. Het is volgens Phantasialand namelijk in strijd met het beginsel van fiscale neutraliteit dat de BTW-heffing verschilt tussen exploitanten van seizoensgebonden en tijdelijke kermissen (verlaagd BTW-tarief) en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.