Hof Den Haag, 03-07-2024, nr. 22-003077-21
ECLI:NL:GHDHA:2024:2921
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
03-07-2024
- Zaaknummer
22-003077-21
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHDHA:2024:2921, Uitspraak, Hof Den Haag, 03‑07‑2024; (Hoger beroep)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2026:113
Uitspraak 03‑07‑2024
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gewoonte maken van bezit etc. kinderporno, minderjarige bewegen tot ontuchtige handeling, ontucht met toevertrouwde minderjarige. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad.
Rolnummer: 22-003077-21
Parketnummer: 10-961518-20
Datum uitspraak: 3 juli 2024
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 oktober 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
adres: [woonadres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het onder 2 eerste en vierde cumulatief/alternatief tenlastegelegde en veroordeeld ter zake van het onder 1, 2 tweede en derde cumulatief/alternatief, 3 en 4 tenlastegelegde. Kort gezegd gaat het om verschillende vormen van betrokkenheid bij kinderporno en om diverse vormen van seksueel misbruik van het minderjarige nichtje van de verdachte, die gedurende een deel van de periode waarin dit plaatsvond aan zijn zorg was toevertrouwd. Ook is de verdachte veroordeeld voor het heimelijk maken van afbeeldingen van een (eveneens minderjarig) meisje in een woning. De rechtbank heeft aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden opgelegd. Daarnaast is de terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs) van de verdachte met voorwaarden gelast. Ook is beslist op de vordering van de benadeelde partij en de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep blijkens de opgemaakte ‘Akte intrekking Rechtsmiddel’ op 28 januari 2022 ingetrokken.
Ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van het aan hem onder feit 2 eerste en vierde cumulatief/alternatief tenlastegelegde. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en daarom mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak van deze cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte om die reden niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van het onder feit 2 eerste en vierde cumulatief/alternatief tenlastegelegde.
Tenlastelegging voor zover thans nog aan het oordeel van het hof onderworpen
Aan de verdachte is - na aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering - tenlastegelegd dat:
1.hij (op een of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 11 januari 2015 tot en met 20 oktober 2020 te Zutphen, althans in Nederland
meermalen, althans eenmaal
afbeeldingen, te weten foto's en/of films/video's — en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten
- een harde schijf (merk Seagate) (beslagnummer H0005.01.01.002) en/of
- een harde schijf (merk Ewent) (beslagnummer H0005.05.02.004) en/of
- een USB stick (merk Philps) (beslagnummer H0005.02.03.001) en/of
- een mobiele telefoon (merk Samsung, type S9+) (beslagnummer H0005.05.05.001)
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft
vervaardigd en/of verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen — zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met een vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam
(zaaksdossier B02- pag. 30: [audio/video bestand 1] en/of [audio/video bestand 2] , en/of —
zaaksdossier B02- pag. 173: [audio/video bestand 3] en [audio/video bestand 4] )
en/of
het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de/een vinger/hand
betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of borsten en/of billen/anus
(zaaksdossier B02- pag. 31: [audio/video bestand 5] en/of [audio/video bestand 1]
en/of [audio/video bestand 2] en/of
zaaksdossier B02- pag. 174: [afbeelding 1] en [afbeelding 2] en [audio/video bestand 6] )
en/of
het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(zaaksdossier B02 — pag. 32: [audio/video bestand 7] )
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (
op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen
en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van
zijn/haar kleding ontdoet
en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de
borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(zaaksdossier B02- pag. 33: [audio/video bestand 8] en/of
zaaksdossier B02- pag. 176: [afbeelding 3] en [afbeelding 4] en [afbeelding 5] en [afbeelding 6] en [afbeelding 7] )
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
2.Hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2015 tot en met 10 januari 2019 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk,
meermalen met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ) die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft gepleegd, te weten
- het tongzoenen, en/of
- het aanraken met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand van de vagina en/of de clitoris van deze [slachtoffer 1] , en/of
- het wrijven met zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer 1] , en/of
- het penetreren van de vagina van die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s), en/of
- het bewegen van die [slachtoffer 1] om zichzelf te masturberen, en/of
- het pijpen, in elk geval in de mond nemen, van de penis van verdachte door voornoemde [slachtoffer 1] ;
en/of
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2017 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk,
meermalen met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ) die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft gepleegd, te weten:
- het tongzoenen, en/of
- het aanraken met zijn, verdachtes, vingers)/hand van de vagina en/of de clitoris van deze [slachtoffer 1] , en/of
- het wrijven met zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer 1] , en/of
- het penetreren van de vagina met zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s), en/of
- het bewegen van die [slachtoffer 1] om zichzelf te masturberen, en/of
- het pijpen, in elk geval in de mond nemen, van de penis van verdachte door voornoemde [slachtoffer 1] ;
terwijl die [slachtoffer 1] aan zijn zorg was toevertrouwd.
3.hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2017 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk,
meermalen ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ), door:
- het kussen en/of tongzoenen
- het (over kleding en/of ondergoed) betasten en/of kussen en/of likken van de borst(en) en/of
tepel(s) en/of bil(len) en/of vagina van die [slachtoffer 1] , en/of
- het bewegen van de [slachtoffer 1] hem, verdachte, af te trekken, en/of
- het bewegen van die [slachtoffer 1] zich te masturberen
- het houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of tegen de clitoris van die [slachtoffer 1]
- het vaginaal penetreren van die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, penis, en/of
- het laten urineren door die [slachtoffer 1] in de mond en/of over het lichaam van hem, verdachte;
4.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2018 tot en met 1 oktober 2019 te Eindhoven, (telkens) gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een mobiele telefoon, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk van (een) persoon, te weten [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2] ) aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten een achtertuin behorende bij een woning waar die [slachtoffer 2] op die/dat moment(en) woonde/verbleef, en/of op een trap en/of in een slaapkamer, althans op diverse locaties in voornoemde woning, (telkens) een of meerdere afbeelding(en) heeft vervaardigd en/of hierover de beschikking heeft gehad;
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de terbeschikkingstelling van de verdachte zal worden gelast, met bevel tot verpleging van overheidswege.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1. hij (op een of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 11 januari 2015 tot en met 20 oktober 2020 te Zutphen, althans in Nederland
meermalen, althans eenmaal
afbeeldingen, te weten foto's en/of films/video's — en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten
- een harde schijf (merk Seagate) (beslagnummer H0005.01.01.002) en/of
- een harde schijf (merk Ewent) (beslagnummer H0005.05.02.004) en/of
- een USB stick (merk Philips) (beslagnummer H0005.02.03.001) en/of
- een mobiele telefoon (merk Samsung, type S9+) (beslagnummer H0005.05.05.001)
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft vervaardigd en/of verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen — zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met een vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam
(zaaksdossier B02- pag. 30: [audio/video bestand 1] en/of [audio/video bestand 2] , en/of —
zaaksdossier B02- pag. 173: [audio/video bestand 3] en [audio/video bestand 4] )
en/of
het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de/een vinger/hand
betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of borsten en/of billen/anus
(zaaksdossier B02- pag. 31: [audio/video bestand 5] en/of [audio/video bestand 1]
en/of [audio/video bestand 2] en/of
zaaksdossier B02- pag. 174: [afbeelding 1] en [afbeelding 2] en [audio/video bestand 6] )
en/of
het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(zaaksdossier B02 — pag. 32: [audio/video bestand 7] )
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen
en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van
zijn/haar kleding ontdoet
en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de
borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(zaaksdossier B02- pag. 33: [audio/video bestand 8] en/of
zaaksdossier B02- pag. 176: [afbeelding 3] en [afbeelding 4] en [afbeelding 5] en [afbeelding 6] en [afbeelding 7] )
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
2.
hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2015 tot en met 10 januari 2019 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk,
meermalen met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ) die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft gepleegd, te weten
- het tongzoenen, en/of
- het aanraken met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand van de vagina en/of de clitoris van deze [slachtoffer 1] , en/of
- het wrijven met zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer 1] , en/of
- het penetreren van de vagina van die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s), en/of
- het bewegen van die [slachtoffer 1] om zichzelf te masturberen, en/of
- het pijpen, in elk geval in de mond nemen, van de penis van verdachte door voornoemde [slachtoffer 1] ;
en/of
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2017 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk,
meermalen met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ) die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft gepleegd, te weten:
- het tongzoenen, en/of
- het aanraken met zijn, verdachtes, vingers)/hand van de vagina en/of de clitoris van deze [slachtoffer 1] , en/of
- het wrijven met zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer 1] , en/of
- het penetreren van de vagina met zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s), en/of
- het bewegen van die [slachtoffer 1] om zichzelf te masturberen, en/of
- het pijpen, in elk geval in de mond nemen, van de penis van verdachte door voornoemde [slachtoffer 1] ;
terwijl die [slachtoffer 1] aan zijn zorg was toevertrouwd
3. hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2017 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk,
meermalen ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ), door:
- het kussen en/of tongzoenen
- het (over kleding en/of ondergoed) betasten en/of kussen en/of likken van de borst(en) en/of
tepel(s) en/of bil(len) en/of vagina van die [slachtoffer 1] , en/of
- het bewegen van die [slachtoffer 1] hem, verdachte, af te trekken, en/of
- het bewegen van die [slachtoffer 1] zich te masturberen, en
- het houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of tegen de clitoris van die [slachtoffer 1] , en
- het vaginaal penetreren van die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, penis, en/of
- het laten urineren door die [slachtoffer 1] in de mond en/of over het lichaam van hem, verdachte.
4. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2018 tot en met 1 oktober 2019 te Eindhoven, (telkens) gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een mobiele telefoon, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk van (een) persoon, te weten [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2] ) aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten een achtertuin behorende bij een woning waar die [slachtoffer 2] op die/dat moment(en) woonde/verbleef, en/of op een trap en/of in een slaapkamer, althans op diverse locaties in voornoemde woning, (telkens) een of meerdere afbeelding(en) heeft vervaardigd en/of hierover de beschikking heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.
Het onder 2 en 3 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd
en
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd
en
ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering van de op te leggen straf en maatregel
De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden en heeft daarnaast de maatregel van tbs met voorwaarden opgelegd.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren en dat aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd, met bevel tot verpleging van overheidswege.
De verdediging heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest en waarbij aan het voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden kunnen worden verbonden. Voorts kan volgens de verdediging aan de verdachte een maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht worden opgelegd.
Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zijn destijds minderjarige nichtje (het slachtoffer) seksueel misbruikt. Toen het slachtoffer zich in een lastige thuissituatie bevond, heeft de verdachte zich over haar ontfermd. De verdachte is verliefd geworden op het slachtoffer en is een seksuele relatie met haar aangegaan toen zij slechts 12 jaar oud was. Vervolgens heeft de verdachte het slachtoffer als pleegkind in huis genomen. Hij lijkt hierbij manipulerend te werk te zijn gegaan. Het seksueel misbruik was veel omvattend en heeft jarenlang geduurd. Hierbij is ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het nog zeer jonge slachtoffer. De verdachte heeft het fysieke en psychische welzijn van het slachtoffer ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften en daarmee haar (seksuele) ontwikkeling ernstig verstoord. Zelfs als het initiatief tot het hebben van seks (in welke vorm dan ook) van het slachtoffer kwam, zoals de verdachte stelt, had de verdachte hier geen gehoor aan moeten en mogen geven. Het slachtoffer was kwetsbaar en vertrouwde de verdachte, die als oom en later als pleegvader op grove wijze misbruik heeft gemaakt van dat vertrouwen. Jonge slachtoffers van seksueel misbruik ondervinden in de regel nog geruime tijd de (psychische) gevolgen van hetgeen hen is aangedaan.
Voorts heeft de verdachte kinderporno vervaardigd (onder meer van zijn nichtje), verspreid en in bezit gehad. Zijn activiteiten vonden plaats op het darkweb en waren langdurig en intensief van aard, waarbij de verdachte in diverse gebruikersgroepen die zich richtten op kinderporno zelfs de belangrijke rol van administrator en/of moderator vervulde. Door zo te handelen heeft de verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het bevorderen en in stand houden van misbruik van jonge kinderen. Ten gevolge van dat misbruik lopen deze kinderen dikwijls psychische schade op die gedurende lange tijd diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog geruime tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk is namelijk gebleken dat een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, vrijwel onmogelijk blijvend van internet te verwijderen is en nog jarenlang kan opduiken. Dat de verdachte hieraan een bijdrage heeft geleverd, rekent het hof de verdachte zwaar aan.
Tot slot heeft de verdachte heimelijk beeldmateriaal gemaakt van een ander minderjarig meisje. Hij heeft hierover seksueel getinte berichten verstuurd. Het valt op dat de verdachte eerst een vriendschappelijke- en vertrouwensband had opgebouwd met de moeder van dat meisje, om vervolgens in haar woning die opnames te maken. Ook hier geldt dus dat de verdachte calculerend en manipulatief is geweest.
Justitiële Documentatie
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 mei 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
De persoon van de verdachte
De verdachte is op meerdere momenten door verschillende deskundigen onderzocht. Laatstelijk was dit bij opname in het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum (PBC). Het hof heeft – gelet op de ouderdom ervan met instemming van de advocaat-generaal en de verdediging - acht geslagen op het PBC-rapport van 28 november 2022, opgemaakt door [arts in opleiding tot psychiater] (arts in opleiding tot psychiater) onder supervisie van M.J. van Haaren (psychiater) en door P.E. Geurkink (GZ-psycholoog). Het hof heeft tevens acht geslagen op de beantwoording van de aanvullende vraagstelling door P.E Geurkink d.d. 25 april 2023. De deskundigen M.J. van Haaren en P.E. Geurkink hebben ter terechtzitting in hoger beroep de rapportages nader toegelicht.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de Reclasseringsrapportages van 12 juni 2023, 4 september 2023 en 11 maart 2024, opgemaakt door reclasseringswerker [reclasseringswerker] . Ook [reclasseringswerker] heeft op de terechtzitting van het hof de rapportages toegelicht.
Toerekeningsvatbaarheid
De deskundigen van het PBC hebben bij de verdachte een tweetal psychische stoornissen vastgesteld. De eerste betreft een andere gespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis, met deficiënties in de sociale interactie, fixaties en detailgerichtheid, waarbij de verdachte niet voldoet aan de criteria van een autismespectrumstoornis. Daarnaast is sprake van een seksuele stoornis (parafilie) in de vorm van pedofilie van het niet-exclusieve type.
Er worden bij de verdachte opvallende gebreken gezien op een aantal gebieden van zijn functioneren. Het meest opvallend daarbij achten de deskundigen de wijze van sociale interactie. Hij beredeneert cognitief wat er in de ander omgaat, maar voelt dit emotioneel onvoldoende aan, waardoor hij zich onafgestemd gedraagt in het contact. Dit is voortdurend aanwezig en loopt als een rode draad door zijn leven. Er is sprake van een groot afstemmingsprobleem met zijn omgeving, waardoor niet alleen de interactie met zijn omgeving, maar ook zijn inschatting van een bepaalde situatie verstoord is.
Ten tweede is er sprake van rigiditeit in zijn denken, waarbij hij sterk gericht kan zijn op details, moeite heeft het overzicht te houden en soms komt tot gefixeerde interesses die wat intensiteit betreft afwijkend overkomen.
Het derde probleemgebied is zijn psychoseksuele identiteit en seksuele belevingswereld, waarbij sprake is van een afwijkende seksuele voorkeur in de zin dat hij in seksueel opzicht vooral, maar niet exclusief, gericht is op meisjes in de leeftijd van 12 tot 16 jaar.
Zowel de neurobiologische ontwikkelingsstoornis als de pedofilie is volgens de deskundigen blijvend van aard en nauwelijks te behandelen. Beide stoornissen waren volgens de deskundigen aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde.
De deskundigen adviseren de verdachte ten aanzien van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten (tenminste) enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Deze feiten hebben zich over een lange periode afgespeeld, waarbij de verdachte zich met name bij de aanvang op momenten bewust is geweest van zijn pedoseksuele gevoelens voor het slachtoffer en van de ongeoorloofdheid ernaar te handelen. Mogelijk werd hij bij de start van het contact met het slachtoffer vooral gedreven door de motivatie het slachtoffer hulp te bieden, maar gaandeweg verloor hij de grip op zijn pedoseksuele gevoelens en had hij niet voldoende zicht op de aard van hun contact vanuit zijn problemen met de afstemming en daardoor ook onvoldoende zicht op de verhoudingen tot elkaar. Ter terechtzitting van het hof hebben de deskundigen in dit verband gesproken over een ‘glijdende schaal’. Waarschijnlijk wist de verdachte bij momenten dat de relatie met het slachtoffer ‘niet goed’ was, niet in evenwicht, maar heeft hij dit als gevolg van zijn afstemmingsproblemen waarschijnlijk minder gevoeld, zodat dit aspect hem daarom ook minder heeft afgeremd. De deskundigen menen dat dit zijn keuze- en handelingsvrijheid in ten minste enige mate heeft belemmerd.
De andere tenlastegelegde feiten, namelijk het vervaardigen en verspreiden van kinderporno alsook het heimelijk filmen van een minderjarige (feit 1 en feit 4) hangen volgens de deskundigen samen met de pedofiele geaardheid van de verdachte waarvan hij weet dat het handelen hiernaar ongeoorloofd is. De verdachte deed het vervaardigen en het verspreiden van kinderporno op zeer heimelijke wijze en lijkt daar veel controle op te hebben gehad. Een doorwerking van de geconstateerde gecombineerde psychopathologie is bij deze feiten niet goed te onderbouwen, zodat de deskundigen adviseren deze feiten volledig aan de verdachte toe te rekenen.
De deskundigen schatten het recidiverisico op een “hands-on” delict (zoals in de feiten 2 en 3) op de middellange termijn in als matig tot hoog. De verdachte is niet iemand die impulsieve seksuele delicten pleegt, maar eerder iemand die een potentieel slachtoffer langzaam onder zijn invloed brengt. Voor “hands-off” delicten, zoals de feiten 1 en 4, wordt het recidiverisico op korte termijn als matig tot hoog ingeschat. Verwacht wordt dat als de verdachte de mogelijkheid krijgt om kinderporno te zien, hij dit moeilijk kan weerstaan.
Het hof is van oordeel dat deze bevindingen van de gedragsdeskundigen worden gedragen door een deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. Tot zover maakt het hof deze bevindingen en de getrokken conclusies tot de zijne, met dien verstande dat het hof voor wat betreft de mate van toerekenbaarheid uit gaat van een zogenaamde ‘driepuntsschaal’ (toerekeningsvatbaar, verminderd toerekeningsvatbaar, ontoerekeningsvatbaar).
Het hof komt op basis daarvan tot het oordeel dat bij de verdachte tijdens het begaan van de feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en dat deze de gedragskeuzen en het handelen van de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde zodanig hebben beïnvloed dat de feiten 2 en 3 hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.
Recidiverisico
Op basis van de inhoud van de hierboven genoemde rapportages stelt het hof verder vast dat het recidiverisico op de korte tot middellange termijn matig tot hoog moet worden geacht.
Desondanks zien de deskundigen, gelet op het feit dat de stoornissen blijvend van aard en nauwelijks te behandelen zijn (in engere zin), onvoldoende aanknopingspunten om een behandeling te adviseren. Eventuele interventies zouden zich volgens de deskundigen daarom op de situatieve en contextuele factoren dienen te richten en daarmee meer het karakter hebben van toezicht dan van een behandeling. Zij adviseren derhalve langdurig toezicht binnen een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dergelijk toezicht wordt uitgeoefend door de reclassering.
Daarnaast zou de verdachte volgens de deskundigen baat kunnen hebben bij het behandelaanbod voor zedendelinquenten in een ambulante setting, bijvoorbeeld bij De Waag. Daarbij heeft de deskundige P. Geurkink ter terechtzitting van het hof aangetekend zich ervan bewust te zijn dat uitoefening van toezicht op zedendelinquenten lastig is, nu de delicten zich doorgaans afspelen in het verborgene. De behandelmodules die poliklinisch bestaan voor zedenproblematiek richten zich met name op het creëren van inzicht in de eigen problematiek, maar ook daarbij geldt dat openheid een vereiste is. Als de betrokkene iets achterhoudt, komt dat niet aan het licht.
Namens de reclassering heeft [reclasseringswerker] ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven grote twijfels te hebben bij de effectiviteit en uitvoerbaarheid van reclasseringstoezicht om het recidiverisico terug te dringen. Daarbij zijn mede van belang de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte, zoals deze zijn beschreven in de reclasseringsrapportages.
Gebeurtenissen tijdens schorsing voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis van de verdachte is van 15 december 2022 tot 16 februari 2024 onder voorwaarden geschorst geweest, waardoor hij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep gedurende 14 maanden in vrijheid heeft kunnen afwachten. Onder de schorsingsvoorwaarden vielen onder andere een contactverbod met het slachtoffer (zijn – inmiddels meerderjarige - nichtje) en het volgen van een ambulante behandeling.
Uit de rapportages van de reclassering blijkt dat een ambulante behandeling gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis niet van de grond is gekomen. In januari 2023 is de verdachte aangemeld bij de forensisch ambulante polikliniek van Transfore, welke een zedenbehandeling van 3 á 4 dagen per week heeft geadviseerd. De verdachte ging hier niet mee akkoord, omdat hij een behandeling van hooguit 1 á 2 uur per week voldoende achtte en hij prioriteit gaf aan het behouden van zijn baan. Vervolgens is de verdachte aangemeld bij GGNet De Boog, maar die achtte een behandeling aldaar, gelet op de combinatie van de delicten, de hardnekkige problematiek en de beperkte openheid van de verdachte, ontoereikend om het recidiverisico te verlagen. Ten slotte is de verdachte in september 2023 aangemeld bij de forensische polikliniek van De Waag. Hoewel De Waag de kans op slagen van een ambulante zedenbehandeling minimaal achtte, werd aan de verdachte een proefbehandeling aangeboden. Kort daarop is de schorsing van de voorlopige hechtenis echter opgeheven wegens het overtreden van een van de schorsingsvoorwaarden, te weten het contactverbod met het slachtoffer. De Waag heeft de proefbehandeling daarom afgebroken en heeft aan de reclassering laten weten niet met de verdachte verder te willen. De Waag adviseert eerst een klinische behandeling.
Uit de reclasseringsrapportage van 11 maart 2024 blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het opheffen van de schorsing van de voorlopige hechtenis meermaals heeft geprobeerd om de voorwaarde van het contactverbod met het slachtoffer te laten opheffen. Dit is door het hof afgewezen. Ook heeft de verdachte toestemming gevraagd aan de reclassering om naar het buitenland af te reizen voor een vakantie. De reclassering heeft dit verzoek afgewezen, omdat er in het buitenland geen toezicht uitgeoefend kan worden. De verdachte is vervolgens niettemin samen met het slachtoffer op vakantie gegaan naar Zwitserland. Toen de reclassering daarvan bij toeval op de hoogte raakte, vormde dit aanleiding voor opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.
Ook in de bewuste poging de voorwaarde te doen wijzigen en zich vervolgens toch niet aan die voorwaarde houden ziet het hof berekenend gedrag, gevolgd door een gebrek aan afstemming op het standpunt van een ander, waardoor de verdachte het ongeoorloofde van zijn gedrag uit het oog verliest.
Mede gelet op deze gang van zaken, heeft [reclasseringswerker] namens de reclassering aangegeven weinig mogelijkheden te zien om met toezicht en voorwaarden het gedrag van de verdachte te beïnvloeden. Het vermoeden van de reclassering is dat de verdachte zal zeggen dat hij zich aan de afspraken conformeert, maar dat zijn uitspraken onvoldoende betrouwbaar zijn. Bij delicten als die van de verdachte is het uitvoeren van toezicht met name lastig, nu activiteiten op het darkweb (zoals onder 1 aan de verdachte ten laste gelegd) voor de reclassering volstrekt oncontroleerbaar zijn en het opnieuw opbouwen van een (seksuele) relatie met een jong meisje – al dan niet na ontmoeting op internet – alleen aan het licht komt als de verdachte er zelf open over is. Hij heeft tijdens zijn schorsingstoezicht echter laten zien voorwaarden te overtreden en hij is daarover niet open geweest.
Net als de reclassering is het hof van oordeel dat het opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr onvoldoende waarborgen biedt om het recidiverisico terug te dringen. Daartoe is mede van belang dat de verdachte zich zelfbepalend heeft getoond en heeft laten zien dat hij zich niet duurzaam kan houden aan voorwaarden of afspraken. Dit past ook in het beeld van de door de deskundigen vastgestelde neurobiologische ontwikkelingsstoornis.
Het komt er -in slotsom- op neer dat de verdachte zelf meent te kunnen bepalen of hij zich aan voorwaarden moet houden, ook als het overtreden van voorwaarden zeer vergaande negatieve gevolgen voor hem meebrengen (zoals nu: het opnieuw in voorlopige hechtenis geraken).
Maatregel van terbeschikkingstelling
Het hof is van oordeel dat gelet op de vastgestelde gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van de verdachte, de ernst van het bewezenverklaarde, de inhoud van de over de verdachte uitgebrachte rapportages en hetgeen het hof overigens uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon en persoonlijkheid van de verdachte, sprake is van een betekenisvol gevaar voor recidive. Gelet daarop en nu het opleggen van een maatregel ex artikel 38z Sr niet in aanmerking komt om het recidiverisico terug te dringen tot een aanvaardbaar niveau, acht het hof het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord om de verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij. De vraag is vervolgens in welk strafrechtelijk kader de behandeling plaats moet hebben.
De verdachte heeft zich (ook ter terechtzitting in hoger beroep) op het standpunt gesteld dat hij wel wil meewerken aan bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijk strafdeel, maar niet in het kader van tbs met voorwaarden, zoals door de rechtbank in eerste aanleg aan hem is opgelegd. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijk strafdeel niet uitvoerbaar zijn gebleken en dat – mede gelet op de houding van de verdachte ten opzichte van tbs met voorwaarden – een behandeling in het kader van tbs met dwangverpleging geboden is.
Het hof heeft ter beantwoording van de vraag welke straf en/of maatregel in het onderhavige geval passend is – afgezien van de maatregel ex artikel 38z Sr - een aantal mogelijkheden afgewogen, te weten oplegging van:
- een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met oplegging van bijzondere voorwaarden;
- tbs met voorwaarden ofwel met dwangverpleging, al dan niet in combinatie met een gevangenisstraf.
Het hof stelt vast dat aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van een tbs-maatregel is voldaan. De bewezenverklaarde feiten betreffen, behoudens het onder 4 bewezenverklaarde, misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en tijdens het begaan van de feiten bestond bij de verdachte een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Hoewel de deskundigenrapportages en adviezen geen oplegging van een tbs-maatregel adviseren, is het hof daaraan niet gebonden. De waardering van de rapportages en adviezen is immers aan de rechter voorbehouden.
Het hof stelt ook vast dat, nu de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep stellig en herhaaldelijk blijft bij zijn weigering om mee te werken aan gestelde voorwaarden bij een eventueel op te leggen tbs met voorwaarden, oplegging van die maatregel niet mogelijk is.
Dat brengt met zich dat de vraag is of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met oplegging van bijzondere voorwaarden, of TBS met dwangverpleging, al dan niet in combinatie met een gevangenisstraf aangewezen is.
Naar het oordeel van het hof heeft verplichte behandeling als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel onvoldoende kans van slagen. Het hof is mede op grond van het onderzoek ter terechtzitting er onvoldoende van overtuigd dat de verdachte daartoe op dit moment voldoende intrinsieke motivatie heeft en duurzaam in staat zal zijn zich aan een dergelijke behandeling te conformeren. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat het stellen van een bijzondere voorwaarde die inhoudt dat de verdachte een ambulante behandeling voor zijn zedenproblematiek dient te volgen gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis niet tot resultaat heeft geleid, nu een dergelijke behandeling ondanks meerdere pogingen tijdens de schorsing niet van de grond is gekomen. De verdachte weigerde immers behandeling wanneer deze niet conform zijn voorkeur werd aangeboden en is afspraken niet nagekomen. Het slagen van een ambulante behandeling staat of valt met het (kunnen) maken en nakomen van afspraken in combinatie met een zekere mate van inzicht in de eigen problematiek. Het is het hof gebleken dat de verdachte hiertoe op dit moment niet in staat is. Tot het volgen van een klinische behandeling was en is de verdachte niet bereid.
Gelet op de aard en ernst van de problematiek en het ontbreken van andere realistische mogelijkheden, is het hof bij de huidige stand van zaken van oordeel dat de veiligheid van anderen, danwel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de tbs-maatregel eist. Bij de verdachte is om die redenen en vanwege het door de deskundigen ingeschatte recidivegevaar, dwangverpleging noodzakelijk om behandeling te waarborgen.
De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege wordt opgelegd wegens een misdrijf dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, zodat de duur van die terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, naast een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 37 maanden, met aftrek van voorarrest, in beginsel een passende en geboden reactie vormt.
Het hof heeft echter vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden is overschreden.
Met het instellen van hoger beroep op 22 oktober 2021 heeft de redelijke termijn van de berechting in hoger beroep een aanvang genomen. Het hof wijst arrest op
3 juli 2024. Derhalve heeft de berechting in hoger beroep 2 jaar en ruim 8 maanden in beslag genomen. Dit maakt dat de redelijk termijn in totaal bijna 8 maanden is overschreden.
Het hof zal deze overschrijding in de strafmaat verdisconteren door de in beginsel passend en geboden geachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 37 maanden te verlagen met 1 maand. Het hof komt aldus tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Ter zitting in hoger beroep heeft de verdachte een aantal verzoeken tot teruggave van in beslag genomen voorwerpen gedaan. Het betreft de volgende verzoeken.
1.
Verzocht wordt allereerst om teruggave van de gegevensdragers met de volgende beslagcodes: HO005.01.01.001, HO005.02.03.004, HO005.05.01.005, HO005.07.02.001.001 en HO05.07.03.001 (het hof begrijpt: HO005.07.03.001). Met deze beslagcodes verwijst de verdachte naar de codes zoals genoemd op dossier pagina B01-1006. In A02-7-17 worden deze codes ook genoemd, tezamen met de beslagnummers van de beslaglijst.
Deze gegevensdragers bevatten geen strafbaar materiaal maar wel foto’s en video’s van zijn ouders, vakantie- en familie foto’s en van andere aspecten van verdachtes leven. Naar zijn zeggen heeft de verdachte wel degelijk steeds geprobeerd het strafbare materiaal gescheiden te houden van het niet-strafbare materiaal. Al is hij er niet altijd in geslaagd deze scheiding toe te passen, ten aanzien van deze gegevensdragers is dat wel het geval.
De verdachte verwijst daarbij naar pagina B01-1002/1003 waar de verbalisant met betrekking tot deze foto’s vermeldt: “Ik zag dat dit afbeeldingen zijn die in een normale en natuurlijke setting zijn gemaakt, waaronder op vakantie of in de huiselijke sfeer.”
Overwegingen van het hof:
Het hof stelt voorop dat, indien op een gegevensdrager strafbare gegevens/afbeeldingen zijn opgeslagen, het uitgangspunt is dat deze gegevensdrager als geheel aan het verkeer zal moeten worden onttrokken nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
Ten aanzien van de in zijn verzoek bedoelde gegevensdragers betoogt de verdachte gemotiveerd dat hij in beginsel strafbaar materiaal niet gemengd met niet-strafbaar materiaal heeft opgeslagen. Hij betoogt voorts dat de vijf bedoelde gegevensdragers géén strafbaar materiaal bevatten.
Proces-verbaal LERDE20004-510 (dossier pagina B01-998-1004) bevat een beschrijving van het
kinderpornografisch materiaal. Op pagina’s 1002/1003 wordt ook een beschrijving gegeven van het
materiaal waarvan is vastgesteld dat dit geen kinderpornografische afbeeldingen bevat. Uit dit
proces-verbaal leidt het hof af dat deze vijf gegevensdragers geen strafbaar materiaal bevatten.
Het hof zal daarom beslissen dat de (niet-strafbare) afbeeldingen en gegevens van deze vijf gegevensdragers aan de verdachte worden teruggegeven doordat de politie die afbeeldingen en gegevens kopieert naar door de verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdragers. Nu de gegevens/afbeeldingen uitsluitend behoeven te worden gekopieerd, en niet geselecteerd, legt dit geen disproportioneel beslag op de capaciteit van de politie.
2.
Ten tweede verzoekt de verdachte om teruggave van de niet als pornografisch aan te merken foto’s van aangeefster en ander niet strafbaar materiaal op de gegevensdrager met beslagcode HO05.01.01.002 (het hof begrijpt: HO005.01.01.002).
Volgens de verdachte staan op deze gegevensdrager slechts 7 strafbare afbeeldingen (hetgeen zou blijken uit dossier pagina B02-178). De rest bestaat uit werk gerelateerde documenten en e-mails van de verdachte, zijn huwelijksakte en andere persoonlijke documenten. Verzoeker vraagt om deze 7 strafbare afbeeldingen van de gegevensdrager te wissen, en de gegevensdrager vervolgens terug te geven, dan wel de niet-strafbare afbeeldingen naar een, door verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager te kopiëren en de niet-strafbare afbeeldingen aldus terug te geven.
Overwegingen van het hof:
Het hof constateert allereerst dat, zoals de verdachte ook toegeeft, de verdachte het ertoe heeft geleid dat op deze gegevensdrager zowel strafbare als niet-strafbare afbeeldingen vermengd zijn geraakt. Uitgangspunt is dan dat de afbeeldingen de gegevensdrager ‘volgen’. Dat wil zeggen dat met de in beslagname van de gegevensdrager ook alle daarop aanwezige gegevens/afbeeldingen in beslag worden genomen. Indien op de gegevensdrager zowel strafbaar als niet-strafbaar materiaal staat, dan is in beginsel een grond aanwezig voor onttrekking van de gegevensdrager, inclusief alle, dus ook de niet-strafbare, daarop voorkomende afbeeldingen/gegevens. Het Nederlandse Wetboek van Strafvordering geeft de verdachte niet de mogelijkheid om teruggave van specifieke (bestanden met) gegevens te vragen.
De verdachte doet een gemotiveerd en specifiek verzoek om, gelet op zijn persoonlijke ‘family life’ belangen, het niet strafbare materiaal terug te geven.
Gelet op de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) met betrekking tot schending van artikel 8 EVRM (zie voor een uitgebreid overzicht daarvan ECLI:NL:GHDHA:2019:391) en op het gegeven dat in het bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakte wetsvoorstel Modernisering van het Wetboek van Strafvordering, naast het bestaande beslag op voorwerpen ook een beslag op gegevens wordt geïntroduceerd, is het hof van oordeel dat de verdachte de mogelijkheid moet hebben om een zo goed mogelijk gespecificeerd verzoek tot teruggave van gegevens/afbeeldingen te doen.
Vervolgens dient een belangenafweging te worden gemaakt tussen het strafvorderlijk en maatschappelijk belang van onttrekking aan het verkeer en het persoonlijke (privacy) belang van de verdachte.
Genoemd proces-verbaal LERDE20004-510 (dossier pagina B01-998-1004) kent een bijlage 3 dat (op pagina B01-1013) vermeldt dat gegevensdrager HO005.01.01.002 inderdaad slechts 7 strafbare afbeeldingen bevat, die in de betreffende kolom als “carved” worden aangemerkt. Uit het proces-verbaal volgt voorts dat met “carved” wordt bedoeld dat het afbeeldingen zijn die niet zonder specialistische forensische software zichtbaar kunnen worden gemaakt. Uit het feit dat de politie heeft geconcludeerd dat deze 7 afbeeldingen strafbaar materiaal bevatten, concludeert het hof dat de politie beschikt over dergelijke specialistische, forensische software. Het hof gaat er vanuit dat, al dan niet met dergelijke software, de overige niet-strafbare afbeeldingen op een nieuwe, door de verdachte aan te leveren, gegevensdrager kunnen worden gezet.
Het hof gaat er voorts vanuit dat een dergelijke exercitie de politie niet een disproportionele hoeveelheid tijd kost, temeer nu de politie die 7 afbeeldingen al heeft getraceerd.
De niet-strafbare afbeeldingen betreffen familiefoto’s, vakantiefoto’s, werk gerelateerde documenten en andere afbeeldingen van delen van het persoonlijk leven van de verdachte. Deze hebben voor de verdachte een grote emotionele waarde, temeer nu hij niet beschikt over kopieën van die afbeeldingen.
Het hof zal dan ook gelasten dat de niet-strafbare gegevens/afbeeldingen op deze gegevensdrager aan de verdachte zullen worden teruggegeven door deze niet-strafbare gegevens/afbeeldingen te kopiëren naar een door de verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager.
3.
Ten derde verzoekt de verdachte teruggave van zijn telefoon Samsung S9+ (HO005.05.05.001) waarop – in de “Camera”- map duizenden foto’s uit 2020 staan van, onder andere, zijn kat, de zomervakantie met zijn zus [naam zus] en neef [naam neef] , en van zijn - inmiddels overleden – moeder.
Overwegingen van het hof:
Uit bijlage 3 bij proces-verbaal LERDE20004-510 (dossier pagina B01-1013) volgt dat op deze telefoon 159 kinderpornografische foto’s en 16 kinderpornografische filmpjes zijn aangetroffen. Van teruggave van de telefoon kan derhalve geen sprake zijn. De verdachte verzoekt echter specifiek om de foto’s uit 2020 die vele aspecten van zijn familieleven bevatten. Het hof is dan ook van oordeel dat het persoonlijk belang van de verdachte bij teruggave van deze foto’s zwaarder weegt dan het maatschappelijk belang bij onttrekking aan het verkeer van deze foto’s.
Daarom zal het hof bepalen dat de op deze telefoon in de “Camera”- map aanwezige niet-strafbare afbeeldingen uit 2020 aan de verdachte worden teruggegeven door deze niet-strafbare afbeeldingen uit 2020 te kopiëren naar een door de verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager. Gelet op de beperking van het aantal foto’s tot het jaar 2020 levert dit geen disproportioneel beslag op van de capaciteit van de politie.
Deze gegevensdrager komt niet voor op de beslaglijst, maar wordt wel genoemd op de Lijst van onderzochte gegevensdragers (als bijlage aan dit arrest gehecht) (dossier pagina B01-1006) en in het Relaas beslagdossier A02 (dossier pagina A02-11). Het beslagnummer luidt: 627844; de omschrijving luidt: telefoon Samsung Galaxy S9+ [serienummer 1] .
4.
Ten vierde heeft de verdachte in hoger beroep gevraagd om teruggave van een aantal foto’s van [persoon] , die de verdachte via het darkweb heeft leren kennen. Dit betreft door [persoon] zelf gemaakte selfies die zij aan de verdachte heeft gestuurd. Hierbij verwijst de verdachte naar dossier pagina B01-730 alwaar wordt vermeld: “In geen van de foto’s gaat het om kinderpornografisch materiaal.”
Overwegingen van het hof:
Het gaat hier om 10 foto’s die zijn aangetroffen op de Samsung S9+ telefoon van de verdachte (beslagcode: HO005.05.05.001). Deze 10 foto’s staan in de map ‘M’ van de telefoon. De foto’s kwalificeren niet als kinderpornografisch.
De foto’s staan op dezelfde gegevensdrager (de Samsung S9+ telefoon van de verdachte) als hierboven onder verzoek 3 is bedoeld.
Het hof zal bepalen dat deze 10 foto’s uit de telefoon aan de verdachte worden teruggegeven door deze 10 foto’s te kopiëren naar een door de verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager.
5.
Ten vijfde verzoekt de verdachte in hoger beroep het dagboekje van [slachtoffer 1] (HO005.05.01.006), dat eigendom is van [slachtoffer 1] , aan [slachtoffer 1] terug te geven.
Overwegingen van het hof:
Het betreffende dagboekje is door [slachtoffer 1] bij de verdachte achtergelaten toen zij weer naar haar pleegmoeder terugkeerde, maar is eigendom van [slachtoffer 1] . Daarom zal het hof de bewaring van dit voorwerp ten behoeve van de rechthebbende bevelen.
Dit voorwerp staat niet op de beslaglijst, maar wordt wel genoemd in het Relaas beslagdossier A02 (dossierpagina A02-10). Het beslagnummer luidt: LERDE20004_627831. De omschrijving luidt: “dagboekje goud”.
6.
Tenslotte verzoekt de verdachte teruggave van de behuizingen waarin alle respectievelijke harde schijven waren gemonteerd.
Overwegingen van het hof:
Het hof begrijpt dat de verdachte met behuizingen bedoelt de apparatuur (computer, laptop) waarin een harde schijf wordt gemonteerd. Het hof stelt voorop dat de strafbare feiten (mede) zijn gepleegd met behulp van de behuizingen. Immers een harde schijf moet eerst in een behuizing worden gemonteerd alvorens op die harde schijf afbeeldingen kunnen worden opgeslagen. Dit brengt mee dat die behuizingen in de regel dienen te worden verbeurd verklaard.
Nu de verdachte geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die meebrengen dat van deze hoofdregel moet worden afgeweken zal het hof geen gevolg geven aan dit verzoek van de verdachte.
Résumé
Ten aanzien van de op de beslaglijst voorkomende in beslag genomen en nog niet teruggegeven gegevensdragers zal het hof de onttrekking aan het verkeer bevelen, in de hierboven sub 1 – 4 genoemde gevallen eerst te effectueren nadat kopieën van het daar bedoelde niet-strafbare materiaal ten behoeve van de verdachte zijn gemaakt. Het gaat hier om gegevensdragers die (mogelijk) strafbaar materiaal bevatten dan wel die niet konden worden onderzocht zodat de kans bestaat dat deze strafbaar materiaal bevatten. Het ongecontroleerde bezit van de in beslag genomen gegevensdragers is in strijd met de wet of het algemeen belang.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde, tot een bedrag van € 15.000,00.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij haar vordering gematigd tot een bedrag van € 5.100,-.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.
Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 5.100,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] .
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 eerste en vierde cumulatief/alternatief tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Beveelt de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen voorwerp:
1 STK PL2600-LERDE20004_627831; dagboekje goud; (HO005.05.01.006);
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1.00
STK Harddisk PL2600-LERDE20004_627802; externe harde schijf Wester digital (HO005.01.01.001);
1.00
STK SD kaartje PL 2600-LERDE20004 627812; SD kaartje fotocamera sandisk16 GB (HO005.02.03.004);
1.00
STK Harddisk Seagate PL2600-LERDE20004 627830; externe harde schijf Seagate2GHLF69X (HO005.05.01.005)
1.00
STK Laptop PL2600-LERDE20004 627856;peaq laptop (HO005.07.02.001.001)
1.00
STK Laptop PL2600-LERDE20004_627857; MSI mini laptop (HO005.07.03.001)
en bepaalt dat deze onttrekkingen niet eerder geëffectueerd worden dan nadat het op de betreffende gegevensdragers aanwezige niet-strafbare materiaal, als hierboven sub 1 bedoeld, aan de verdachte is teruggegeven door dit niet-strafbare materiaal te kopiëren naar een door de verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager;
1. STK Harddisk SEAGATE PL2600-LERDE20004_627803; Seagate externe harde schijf 4TB Serienr [serienummer 2] en bepaalt dat deze onttrekking niet eerder geëffectueerd wordt dan nadat het op deze harddisk aanwezige niet-strafbare materiaal, als hierboven sub 2 bedoeld, aan de verdachte is teruggeven door dit niet-strafbare materiaal te kopiëren naar een door de verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager;
1. STK Telefoon Samsung PL2600-LERDE20004_627844; telefoon Samsung Galaxy S9+ [serienummer 1] (HO005.05.05.001) en bepaalt dat deze onttrekking niet eerder geëffectueerd wordt dan nadat het op deze telefoon aanwezige niet-strafbare materiaal, als hierboven sub 3 en 4 bedoeld, aan de verdachte is teruggeven door dit niet-strafbare materiaal te kopiëren naar een door de verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager;
Beveelt voorts de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1.00
STK Harddisk PL2600-LERDE20004_627813;harde schijf seagate ID6B
1.00
STK Laptop HP PL2600-LERDE20004_627815;hp laptop in zwarte hoes
1.00
STK Laptop LENOVO Thinkpad PL2600-LERDE20004_627816:lenovo thinkpad met energ
1.00
STK Laptop LENOVO Thinkpad PL2600-LERDE20004_627819;1aptop lenovo thinkpad +r
1.00
STK Laptop LENOVO PL2600-LERDE20004_627834;1aptop lenovo roodzwart
1.00
STK Laptop HP PL2600-LERDE20004_627838;HP laptop zilver + opladr
1.00
STK Computer HP PL2600-LERDE20004_627839;HP desktop intel i7
1.00
STK Harddisk PL2600-LERDE20004_627842;seagate externe harde sco
1.00
STK Laptop THOSHIBA PL2600-LERDE20004_627843;toshiba mini laptopje ins
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.100,00 (vijfduizend honderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.100,00 (vijfduizend honderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 60 (zestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 11 januari 2015.
Dit arrest is gewezen door mr. F.W. van Lottum,
mr. R. van der Hoeven en mr. M.S. Lamboo, in bijzijn van de griffier mr. S. Roos.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 juli 2024.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.