NJ 1920, p. 476
Koloniaal appèl. Ontvreemding van een aan de post toevertrouwden brief door een postambtenaar. Eigen daad der kolonie Suriname? Contractueele beperking van aansprakelijkheid voor ondergeschikten. Concurrentie van wanpraestatie en onrechtmatige daad.
HR 26-03-1920, ECLI:NL:HR:1920:141 (Curiël/Suriname, Surinaamse postbode)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 maart 1920
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. J. A. A. Bosch, C. O. Segers, H. M. A. Savelberg en Jhr.R. Feith.
- Zaaknummer
[26031920/NJ_1920,_p._476]
- Conclusie
Mr. Besier
- Roepnaam
Curiël/Suriname
Surinaamse postbode
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1920:141, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑1920
- Wetingang
(BW art. 1371, 1378-1387, 1401, 1403.)
Essentie
Koloniaal appèl. Ontvreemding van een aan de post toevertrouwden brief door een postambtenaar. Eigen daad der kolonie Suriname? Contractueele beperking van aansprakelijkheid voor ondergeschikten. Concurrentie van wanpraestatie en onrechtmatige daad.
Samenvatting
De omstandigheid dat in een dagvaarding is gesteld, dat tusschen partijen een overeenkomst is gesloten, waaraan echter door een der contractanten niet is voldaan, verhindert niet de ontvankelijkheid van een eisch tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
Van een onrechtmatige daad der Kolonie Suriname zelve is ten deze geen sprake. De ambtenaar, die ten kantore waar hij werkzaam was, den brief ontvreemdde, trad daarbij niet op als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.