V-N Vandaag 2024/2183
Twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens belastingfraude voor oud A-G terecht volgens HR
HR 22-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1506
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2024
- Zaaknummer
22/01699
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1506, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:820, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑08‑2024
- Wetingang
Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 47)Wetboek van Strafrecht (BWBR0001854, 225)Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (BWBV0001000, 6)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 67n)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 69)
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof (art. 81 lid 1 Wet RO). Vanwege de geheel voorwaardelijke gevangenisstraf kan worden volstaan met de vaststelling dat in cassatie de redelijke termijn is overschreden.
Samenvatting
X was vanaf 2010 als advocaat-generaal bij het OM belast met grote fraudezaken. X is enig aandeelhouder van de BV, waarmee hij adviesdiensten verrichtte. De belastingadviseur van X stuurt op zijn verzoek in juni 2010 een brief naar de Belastingdienst met de mededeling dat de omzet van zijn BV – mogelijk nog vanaf ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.