Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
Einde inhoudsopgave
Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.35.1:II.35.1 Tekst van artikel 198 Rv
Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.35.1
II.35.1 Tekst van artikel 198 Rv
Documentgegevens:
prof. mr. H.B. Krans, mr. J.L.N. Reynders, datum 04-04-2024
- Datum
04-04-2024
- Auteur
prof. mr. H.B. Krans, mr. J.L.N. Reynders
- JCDI
JCDI:ADS964574:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1. Op het verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen wordt pas beslist nadat een behandeling heeft plaatsgevonden, waartoe de verzoeker en de wederpartij worden opgeroepen. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven als de wederpartij onbekend is, in geval van onverwijlde spoed of als de opgeroepen wederpartij schriftelijk heeft meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.
2. Als de rechter het verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen toestaat, bepaalt hij de dag waarop de verzoeker uiterlijk een afschrift van het verzoekschrift, als dit nog niet is toegezonden, en van de beschikking aan de wederpartij, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.