Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/8.2.1.a.ii
8.2.1.a.ii Privaatrecht?
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS468814:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 5.1.3 onder (a).
Zie alinea's 566 e.v. hiervoor.
Men kan zich zelfs afvragen of het intellectuele-eigendomsrecht niet moet worden ondergebracht in de categorie der voorrangsregels, `règles d'application immédiate' (over voorrangsregels, zie met name Strikwerda 1978 en Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 63-69). Gaat het hier in feite niet om semi-publiekrechtelijke regelingen die op grond van hun inhoud en functie binnen hun geldingsgebied exclusief van toepassing willen zijn, zoals bijvoorbeeld kartelwetgeving? (Opmerkelijk: kartelwetgeving keert zich tegen monopolieposities; intellectuele-eigendomswetgeving creëert juist monopolieposities). Die kwalificatie zou naadloos passen in de lijn van de geschiedenis: niet zonder reden heeft formele territorialiteit zo lang stand gehouden in het intellectuele-eigendomsrecht (zie par. 5.1.3; over formele territorialiteit en voorrangsregels, zie Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 64). Zo zou de cirkel weer rond zijn: de oude pre-Savigniaans-statutistische conflictregel van weleer, zou dan zijn vervangen door een neostatutistische conflictregel (vgl. Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 66). Die kwalificatie wordt hier evenwel niet verder uitgewerkt; zij lijkt tegenwoordig niet goed houdbaar, en zal de meesten dan ook te ver gaan (zie evenwel, anno 1945, bijvoorbeeld R. Plaisant 1945, p. 151, die het intellectuele-eigendomsrecht kwalificeert als 'impérative et d'ordre public.'). Aangenomen mag worden dat het intellectuele-eigendomsrecht thans een te hoog gehalte privaatrecht heeft, en ook te zeer als privaatrecht wordt ervaren om heden ten dage nog als verzameling voorrangsregels te kunnen worden gekwalificeerd (zo is het alleenrecht verhandelbaar en vererfbaar, is de handhaving van het alleenrecht 'geprivatiseerd' (dat wil zeggen: ligt in handen van de rechthebbende zelf), enz.; ziedaar grote verschillen met bijvoorbeeld kartelwetgeving, dat veel publiekrechtelijker getint is).
1122. Privaatrecht? In de voorgaande paragraaf zijn wij, als gezegd, uitgegaan van de premisse dat het intellectuele-eigendomsrecht zuiver privaatrecht is. De vraag rijst echter of het intellectuele-eigendomsrecht, vanuit conflictenrechtelijk perspectief, wel als zodanig mag worden gekwalificeerd. Het intellectuele-eigendomsrecht is, als verzameling alleenrechten, een vreemde eend in de bijt van het privaatrecht. Het laat zich niet goed in het systeem van het privaatrecht onderbrengen — de doctrine heeft daar dan ook lange tijd mee geworsteld. Naar huidige opvattingen vormen intellectuele-eigendomsrechten een aparte categorie vermogensrechten. De oorzaak van die moeizame inpasbaarheid is dat intellectuele-eigendomsrechten in feite hybridische rechtsfiguren zijn: tussen privaat- en publiekrecht in. Hun geschiedenis, zo hebben wij in Deel I gezien, maakt dat reeds duidelijk. Wij hebben ook gezien dat zij in de zone tussen privaat- en publiekrecht in de loop der tijd aanzienlijk zijn opgeschoven in privaatrechtelijke richting: in vroeger tijden werden zij als veel publiekrechtelijker ervaren dan tegenwoordig1, thans worden zij vrijwel geheel als privaatrecht gekwalificeerd. Zij zien er uit als privaatrecht, en als zodanig ervaren wij hen tegenwoordig. Toch zitten in het genetisch materiaal van de intellectuele-eigendomsrechten semi-publiekrechtelijke sporen, alleen al omdat zij alleenrechten zijn, waarmee een rechtsgemeenschap de handelingsvrijheid van al haar leden tijdelijk beperkt ten gunste van één. Het publieke belang de `Allgemeinheit' — is dus sterk betrokken. En er zijn meer (semi-)publiekrechtelijke sporen aan te wijzen, zoals de interventie van een overheidsinstantie voor verlening, registratie of depot, de verplichting tot betaling van taksen op straffe van verval, en ook de exclusieve-bevoegdheidsgrond, die wij reeds eerder hadden ontmaskerd als een uiting van controlebehoefte van het publiek belang.2
1123. Het intellectuele-eigendomsrecht drukt daarmee — veel sterker dan zuiver privaatrecht — een bepaalde politiek-economische ordening van belangen uit, alsmede bepaalde culturele opvattingen, dit alles tezamen leidende tot een bepaalde regulering van het publieke domein. Dit geldt niet alleen voor het industriële-eigendomsrecht, het geldt evenzeer voor het auteursrecht. Intellectuele-eigendomsrechten zijn dus private rechten met een zekere semi-publiekrechtelijke inslag. Dat hybridische karakter zien wij ook, wereldwijd erkend, terug in de preambule van de TRIPs-Overeenkomst:
"Recognizing that intellectual property rights are private rights;
Recognizing the underlying public policy objectives of national systems for the protection of intellectual property, including developmental and technological objectives;"
1124. Dat hybridische karakter, en die semi-publiekrechtelijke inslag, kan men niet zo maar terzijde stellen. Ook daarmee zal rekening moeten worden gehouden.
Dit kan worden bereikt door de toepassing van de lex loci protectionis-verwijzing exclusief te maken.3 Daarmee wordt enerzijds recht gedaan aan hun overwegend privaatrechtelijke karakter — voor hen als "private rights" geldt het Savigniaanse model, dat uitkomt op de lex loci protectionis-verwijzing. Anderzijds wordt rekening gehouden met hun semi-publiekrechtelijke inslag, met hun "underlying public policy objectives", die de lex loci protectionis-verwijzing als enige conflictregel tolereren. Zo wordt recht gedaan aan het hybridische karakter van intellectuele-eigendomsrechten.
1125. Conclusie. De conclusie is derhalve dat, vanuit de invalshoek van het conflictenrecht bezien, de beste conflictregel voor het intellectuele-eigendomsrecht de exclusieve lex loci protectionis-verwijzing is: de lex loci protectionis is van toepassing en daarop mogen geen `Auflockerung'-uitzonderingen worden gemaakt, zoals de rechtskeuze, de rechtsgevolgen-uitzondering, de accessoire aanknoping, de proper law-exceptie en de algemene-exceptieclausule. Daarbij kan nog worden aangetekend dat dit de beste conflictregel is vanuit de invalshoek van het hedendaagse conflictenrecht. Denkbaar is dat, in de toekomst, het intellectuele-eigendomsrecht in de zone tussen privaatrecht en publiekrecht nog verder opschuift in zuiver-privaatrechtelijke richting en de semi-publiekrechtelijke inslag navenant minder sterk wordt, waardoor ruimte zou kunnen ontstaan voor bijvoorbeeld een rechtskeuzemogelijkheid.