De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/8.2:8.2 Meer aandacht voor specifieke zittingsvaardigheden
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/8.2
8.2 Meer aandacht voor specifieke zittingsvaardigheden
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS372702:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De rechtvaardigheidspercepties van rechters zijn niet gemeten. Rechters hebben alleen een inschatting gemaakt van de door partijen ervaren rechtvaardigheid.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het onderzoek komt naar voren dat er maar weinig overeenstemming bestaat over de ervaren rechtvaardigheid tussen de partijen en advocaten van dezelfde zitting (paragraaf 6.1.3).1 Partijen zijn het hierover wel steeds (in lage tot matige mate) eens met hun eigen advocaat. Ook blijken partijen, advocaten en de rechter van dezelfde zitting het niet erg eens te zijn over de mate waarin de wettelijke (hoofdstuk 4) en de persoonlijke doelen van ieder van hen (paragraaf 5.2.3) worden gerealiseerd. Eisers en gedaagden zijn het alleen (in lage mate) met elkaar eens over de ervaren informatieve rechtvaardigheid. Partijen, advocaten en rechters verlaten de rechtszaal dus met nogal uiteenlopende opvattingen over het doelbereik en rechtvaardigheid.
Verder werd in de voorgaande hoofdstukken duidelijk dat de belangen van partijen nogal eens onderbelicht blijven en dat de aanwezigen op de zitting elkaar soms ten onrechte bepaalde belangen toeschrijven. Zo blijken partijen en advocaten gematigd negatief tegen de oplossingsbereidheid van de andere partij aan te kijken, terwijl de zelfgerapporteerde oplossingsbereidheid van die ander juist gematigd positief is (paragraaf 3.2.2). Daarnaast twijfelt 16% van de partijen of zij wel een oplossing wil vinden met de andere partij. Meer dan de helft van hen geeft daarvoor als reden aan niet zeker te weten of die ander wel wil meewerken (paragraaf 3.2.1.2). Ook rechters onderschatten de oplossingsbereidheid van de aanwezige partijen (en advocaten) systematisch (paragraaf 3.2.3). Verder onderschatten rechters ook de door partijen ervaren interpersoonlijke en informatieve rechtvaardigheid (paragraaf 6.1.4).
Ook bij het beproeven van een schikking komt het (ten onrechte) toeschrijven van belangen regelmatig voor. Zo vraagt de rechter in nog geen 3% van de zittingen aan partijen wat voor hen de voordelen van een schikking zouden kunnen zijn. In bijna 35% van de zittingen noemt de rechter deze voordelen zelf op zonder bij partijen te checken of zij deze voordelen ook zo zien (paragraaf 3.7.1). Verder geven rechters in het merendeel van de zittingen een voorlopig oordeel, terwijl niet duidelijk is of de aanwezige partijen (op dat moment) wel behoefte hebben aan een dergelijk oordeel (paragraaf 3.7.1).
Het is daarom aan te raden om meer aandacht te besteden aan specifieke zittingsvaardigheden bij de opleiding van rechters of bij gerichte trainingen later in de loopbaan. Een betere communicatie en onderlinge afstemming ter zitting is de meest voor de hand liggende mogelijkheid om de percepties van de verschillende aanwezigen meer op één lijn te brengen. Voor een optimaal verloop van de zitting en om alles eruit te halen wat erin zit in termen van doelbereik en rechtvaardigheid, zal het namelijk waarschijnlijk beter zijn als die uiteenlopende opvattingen meer op één lijn zouden liggen. Nu is het de vraag of dat mogelijk is in een situatie waarin twee partijen het oneens zijn over de oplossing van hun geschil. Mijns inziens hoeven partijen (en advocaten) het over de oplossing van een geschil niet eens te zijn om toch vergelijkbare percepties te kunnen hebben ten aanzien van aspecten als de mogelijkheid om het eigen verhaal te kunnen doen, de voorbereiding van de rechter (procedurele rechtvaardigheid), de manier waarop de rechter de procesdeelnemers behandelt (interpersoonlijke rechtvaardigheid) en de informatie en uitleg van de rechter over wat er tijdens de zitting gaat gebeuren (informatieve rechtvaardigheid). Ook de percepties ten aanzien van het wettelijk doelbereik hoeven niet sterk uiteen te lopen. Het is mogelijk dat de aanwezigen het, ondanks hun onenigheid over de oplossing van een geschil, in zekere mate eens zijn over vragen als: Ligt alle relevante informatie op tafel? Is alles gedaan om een schikking te bereiken? Zijn er duidelijke afspraken voor het vervolg van de procedure gemaakt? Of en in welke mate de persoonlijke doelen van de verschillende aanwezigen op één lijn gebracht kunnen worden, is wat lastiger, omdat de persoonlijke doelen van de verschillende aanwezigen inhoudelijk verschillen, hun doelen voor een deel waarschijnlijk tegengesteld zijn (het is immers een procedure op tegenspraak) en er nog geen onderzoek bestaat waaruit kan worden afgeleid in welke mate een samenhang in het bereik van persoonlijke doelen haalbaar is.
Meer aandacht voor specifieke zittingsvaardigheden bij de opleiding van rechters of bij gerichte trainingen later in de loopbaan is ook van belang om de daadwerkelijke belangen van partijen naar boven te halen en te voorkomen dat de aanwezigen elkaar ten onrechte bepaalde belangen toeschrijven. Rechters zouden daardoor bijvoorbeeld meer (dan zij nu doen) kunnen vragen naar de belangen van partijen door meer open vragen te stellen, samen te vatten op inhoud en intentie en procesdeelnemers steeds te vragen of die samenvatting correct is.