Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.1.2.c.i
5.1.2.c.i De onbestaanbaarheid van het rechtsvacuüm
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS462841:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Strikwerda 1978, p. 156-157. Terzijde: een rechtsvacuüm kan zich niet voordoen in het moderne (twintigste-eeuwse) neostatutistische conflictenrecht van Currie, omdat in dat systeem de prima-facie-toepasselijkheid van de lex fori als grondregel geldt.
Vgl. Rehbinder 1973, p. 153; Pontier 1997, p. 174 e.v.
Von Savigny 1849, p. 10, p. 12-13, p. 118. Vgl. ook Gutzwiller 1923, p. 42, noot 8.
Von Savigny 1849, p. 10-17.
Von Savigny 1849, p. 39-106.
Vgl. Von Savigny 1849, p. 101-105.
Von Savigny 1849, p. 108-109. Dat is, zoals Gutzwiller 1923, p. 43 opmerkt, een 'kühne Analogie'.
Von Savigny spreekt ook wel over de Ileimath' van de rechtsverhouding, vgl. Von Savigny 1849, p. 120.
Ook de volgende, meer praktische overweging zal voor Von Savigny een rol hebben gespeeld: een rechtsvacuilm treft in de praktijk meestal alleen vreemdelingen (want als het om eigen onderdanen gaat, is de normstellende interesse van de wetgever al snel gewekt), en dat is in strijd met Von Savigny's non-discriminatiepostulaat; hierover nader in par. (ii).
Von Savigny 1849, p. 18 ('Das ist der Sinn der Collisionsfrage'), vgl. ook p. 24. Von Savigny ontwikkelt in een lange aanloop (p. 1-18) deze conflictenrechtelijke probleemstelling. De eerste stap van die aanloop, de `technische' omkering van de statutistische vraagstelling (p. 2-3; zie noot 187 van dit hoofdstuk 5), sluit een rechtsvacuüm nog niet uit. Immers, de vraag 'welke rechtsregels beheersen de rechtsverhouding?' laat nog ruimte voor het antwoord dat er geen rechtsregels zijn die de rechtsverhouding beheersen. Het is Von Savigny's tweede stap die een rechtsvacuüm impliciet uitsluit: Von Savigny stelt de persoon centraal als uitgangs- en middelpunt van alles wat rechtens relevant is (vgl. Gutzwiller 1923, p. 42), en — maar dat blijkt pas later in zijn betoog — de persoon, en dus ook de rechtsverhouding, valt altijd in een rechtsgebied te localiseren.
Von Savigny 1849, p. 108, cursivering toegevoegd. Strikt op zichzelf beschouwd — losgesneden uit Von Savigny's gedachtewereld — volgt uit de omkering van de conflictenrechtelijke rechtsvinding niet noodzakelijkerwijs dat een rechtsvacuüm onbestaanbaar is. Theoretisch is immers denkbaar dat men concludeert dat bij een bepaalde rechtsverhouding geen toepasselijke rechtsregels worden gevonden. Maar dat is buitengewoon onwaarschijnlijk, want welke rechtsverhouding hoort nu uit haar aard ('seiner eigenthümlichen Natur nach') nergens thuis? Die gedachte is dan ook nooit opgekomen. Terzijde: wél is de gedachte ontwikkeld dat rechtsverhoudingen zich niet laten localiseren (vgl. Gutzwiller 1923, p. 45), maar dat is fundamenteel iets anders. In het ene geval zet men zich af tegen de idee dat rechtsverhoudingen überhaupt kunnen worden gelocaliseerd, ('kunnen niet worden gelocaliseerd'); in het andere geval localiseert men een bepaalde rechtsverhouding in het niets ('kan nergens worden gelocaliseerd').
491. Statutenleer. In het pre-Savigniaanse, statutistische conflictenrecht is een rechtsvacuüm denkbaar. Het gaat in dat conflictenrechtelijke systeem immers om het — eenzijdig afgebakende — toepassingsbereik van nationale wetten, en het is denkbaar dat de verschillende toepassingsbereiken niet op elkaar aansluiten, met als gevolg dat daartussen een rechtsvacuüm achterblijft. Het kan gebeuren dat een casus buiten elk toepassingsbereik valt. Het rechtsvacuüm is, anders gezegd, in het pre-Savigniaanse statutistische model óók een conflictenrechtelijke mogelijkheid. Het zal zich in de negentiende eeuw niet vaak meer hebben voorgedaan, omdat meestal wel de normstellende interesse van een staat zal zijn gewekt.1 Maar juist als het ging om een 'gunst' — en intellectuele-eigendomsrechten werden destijds gezien als gunsten — was een normstellende interesse vis-à-vis vreemde werken of auteurs duidelijk afwezig. Hier liet men een rechtsvacuüm ontstaan.
492. Savigniaans conflictenrecht. In het Savigniaanse conflictenrecht is een rechtsvacuüm daarentegen onbestaanbaar. Dit conflictenrecht kent de premisse dat er altijd een toepasselijk rechtsstelsel valt aan te wijzen. Von Savigny heeft die premisse niet geëxpliciteerd. Het is een verborgen premisse, die besloten ligt in verschillende lagen van zijn gedachtewereld: zij ligt besloten in zijn conflictenrechtelijke model, in zijn daaronder liggende rechtsbegrip en in zijn daaraan ten grondslag liggende mens- en maatschappijbeeld.
493. Von Savigny's rechtsbegrip. In het rechtsbegrip van Von Savigny staat het privaatrecht ten dienste van het individu: doel van het (privaat)recht is het op positieve wijze dienen van de vrijheid van de individuele mens, de vrije ontplooiing van het menselijk individu in het licht van de "sittliche Bestimmung der menslichen Natur" — een rechtsbegrip dat wortelt in de vroeg-liberale gedachtewereld van de negentiende eeuw, waarin vrijheid, gelijkheid en zedelijke verantwoordelijkheid voor de eigen persoon centraal staan.2 Het zal duidelijk zijn dat een rechtsvacuüm in een dergelijk rechtsbegrip niet past.
494. Von Savigny's conflictenrechtelijke model. Ook in het conflictenrechtelijke model van Von Savigny ligt (dus) de premisse besloten dat er altijd een toepasselijk rechtsstelsel is — hier is zij concreet aanwijsbaar. Von Savigny zelf heeft haar als volgt ingebakken in zijn conflictenrechtelijke systeem. Uitgaande van zijn zojuist geschetste rechtsbegrip stelt Von Savigny voorop dat de mens — de persoon
— het middelpunt van de rechtsverhouding is. De rechtsverhouding is slechts een attribuut van de persoon, een modificatie, een "kanstliche Erweiterung ihres Daseins." 3 De persoon is volgens Von Savigny gebonden aan een (territoriaal geordende) rechtsgemeenschap, hij is onderworpen aan een bepaald rechtsgebied
— en dus aan een bepaald rechtsstelsel.4 Verder in zijn betoog blijkt dat de band tussen persoon en rechtsgebied wordt gevormd door de woonplaats, en dat iedere persoon een woonplaats heeft.5 Von Savigny bedenkt een sluitend systeem waarin iedereen een woonplaats heeft — tot de vondeling aan toe.6 Aldus kan iedereen worden thuisgebracht bij een rechtsgebied; er bestaan in het universum van Von Savigny geen personen die niet bij een rechtsgebied horen. Vervolgens springt Von Savigny van de persoon naar de rechtsverhouding " für welche wir nunmehr eine ähnliche Verknüpfung mit einer bestimmten Örtlichkeit, mit einem einzelnen Rechtsgebiet, festzustellen haben." 7 Net als de persoon, is ook de rechtsverhouding — die het attribuut van de persoon is — verbonden met een bepaald rechtsgebied, zo stelt Von Savigny. Zoals de persoon een `Wohn-Sitz' heeft, zo heeft de rechtsverhouding een `Sitz' 8 En zoals iedere persoon via zijn woonplaats in een rechtsgebied kan worden thuisgebracht, zo kan ook iedere rechtsverhouding via haar Sitz in een rechtsgebied worden thuisgebracht. Een rechtsvacuüm is derhalve ondenkbaar.
495. Ziedaar de gedachtegang van Von Savigny achter de premisse dat er altijd een toepasselijk rechtsstelsel valt aan te wijzen — een gedachtegang waarvan de schakels niet alle zijn geëxpliciteerd, terwijl zij bovendien ook nog verspreid liggen in zijn betoog.9
496. Premisse ook in probleemstelling geweven. En deze premisse ligt niet alleen onder de Sitz-formule. Zij is zelfs — en dat bemoeilijkt haar demasqué — reeds ingevoerd in de probleemstelling vanwaaruit Von Savigny zijn model opbouwt. Want Von Savigny formuleert de conflictenrechtelijke probleemstelling uitdrukkelijk als volgt: "Welches unter den verschiedenen örtlichen Rechten, mit denen das streitige Rechtsverhältniss in irgend einer Berührung steht, soll bei der Entscheidung des Streites zur Anwendung kommen'?" 10 Door de conflictenrechtelijke vraag voor te stellen als een keuze uit verschillende rechtsstelsels, ecarteert Von Savigny op voorhand het rechtsvacuüm als conflictenrechtelijke mogelijkheid. Want wie vanuit deze probleemstelling begint te denken, zal nooit op een rechtsvacuüm uitkomen. Zo is het gehele model van Von Savigny van meet af aan doordesemd met de premisse dat er altijd een toepasselijk rechtsstelsel valt aan te wijzen.
497. Latere betekenis Von Savigny. En zo is het Savigniaanse model nadien ook opgevat. Von Savigny's bespiegelingen over de persoon als middelpunt van de rechtsverhouding zijn in de loop der tijd vervluchtigd, maar de probleemstelling en het hapklare Sitz-antwoord zijn beklijfd. Men stelt zich de vraag welke van de verschillende rechtsstelsels van toepassing is, en men lost dat op aan de hand van de Sitz-formule, die ons vertelt dat bij iedere rechtsverhouding, "bei jedem Rechtsverhältniss dasjenige Rechtsgebiet aufgesucht werde, welchem dieses Rechtsverhältniss seiner eigenthümlichen Natur nach angehört oder unterworfen ist (worin dasselbe seinen Sitz hat)."11 In zo'n stramien is geen plaats voor de gedachte dat een bepaalde rechtsverhouding nergens thuishoort. Er valt altijd een toepasselijk rechtsstelsel aan te wijzen — wij vinden het tegenwoordig vanzelfsprekend. Het is een verborgen premisse van het Savigniaanse systeem, een premisse die in de literatuur merkwaardig genoeg on(der)belicht is gebleven. Anders dan in het statutistische conflictenrecht, is in het Savigniaanse conflictenrecht een rechtsvacuüm eenvoudigweg onbestaanbaar.
498. Intellectuele-eigendomsrecht. Dit breekt ons op wanneer wij nu, door onze Savigniaanse bril, de (statutistische) toestand van rechteloosheid bestuderen waarin het vreemde werk of de vreemde auteur in de eerste helft van de negentiende eeuw verkeerde: wij zien het rechtsvacuüm over het hoofd. Een rechtsvacuüm komt niet als mogelijkheid in ons op, het is een onmogelijke uitkomst. Wij zijn er niet op bedacht. Het is voor ons niet voorstelbaar dat er géén wet van toepassing is. Zo vertekent de Savigniaanse bril ons beeld van de statutistische werkelijkheid — en dit is de eerste reden waarom wij het rechtsvacuüm in de toestand van rechteloosheid tegenwoordig niet meer onderkennen: Savigniaanse ogen zien geen rechtsvacum.