RI 2014/69
Ontstaansmoment vordering. Kwalificeren vorderingen van een failliet lid van een coöperatie uit hoofde van een ledenlening en een participatiereserve als bestaande of toekomstige vorderingen? (Wijk q.q./ABN Amro N.V.)
Rb. Amsterdam 16-04-2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1688
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
16 april 2014
- Magistraten
Mr. N.C.H. Blankevoort
- Zaaknummer
C/13/553246 / HA ZA 13-1661
- JCDI
JCDI:ADS918496:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2014:1688, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 16‑04‑2014
- Wetingang
Essentie
Ontstaansmoment vordering.
Kwalificeren vorderingen van een failliet lid van een coöperatie uit hoofde van een ledenlening en een participatiereserve als bestaande of toekomstige vorderingen?
Samenvatting
Een bedrijf dat actief is in de bloemenhandel is lid van de coöperatie FloraHolland (de bloemenveiling). Tussen het bedrijf en ABN als bank is een kredietovereenkomst gesloten met als zekerheid onder meer een pandrecht op alle bestaande en toekomstige vorderingen van het bedrijf. Ten tijde van het faillissement van het bedrijf bestaat er een positief saldo voor wat betreft de ledenlening en de participatiereserve van de failliet, welke vorderingen opeisbaar zijn geworden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.