Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/11.10.2.2:11.10.2.2 Hoe kan Nederland in het licht van de onderzochte internationale regels de heffing van vennootschapsbelasting over de rente op hybride leningen bij de crediteur vormgeven?
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/11.10.2.2
11.10.2.2 Hoe kan Nederland in het licht van de onderzochte internationale regels de heffing van vennootschapsbelasting over de rente op hybride leningen bij de crediteur vormgeven?
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS300819:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar mijn mening kan in art. 13, lid 4, Wet VPB 1969 worden opgenomen dat de rente op een hybride schuldvordering alleen als een voordeel uit een deelneming wordt aangemerkt wanneer zij bij de debiteur niet in aftrek is gekomen. Wanneer de uitdrukking ‘voordelen uit hoofde van een deelneming’ richtlijn-conform wordt uitgelegd, behoeft art. 13 Wet VPB 1969 geen andere aanpassing.
Wordt het evenwel wenselijk geacht, zoals bepleit in paragraaf 2.3.3, om het 5%-criterium te laten vervallen dan gaat art 13, lid 2, als volgt luiden:
‘Van een deelneming is sprake indien de belastingplichtige:
aandeelhouder is van een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld;
bewijzen van deelgerechtigdheid bezit in een fonds voor gemene rekening;
lid is van een coöperatie of van een vereniging op coöperatieve grondslag;
als commanditaire vennoot een aandeel heeft in de vennootschappelijke gemeenschap van een open commanditaire vennootschap;
een schuldvordering houdt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, dan wel artikel 10, derde lid. De eerste volzin is met betrekking tot een schuldvordering op een niet in Nederland gevestigd lichaam, slechts van toepassing voorzover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat in het andere land bij de schuldenaar de vergoeding op die schuldvordering bij de belastingheffing over de winst buiten aanmerking blijft.’
Met art. 10, lid 3, wordt hier gedoeld op de regeling tegen onderkapitalisatie die is voorgesteld in paragraaf 6.10. 2. Het thans geldende derde tot en met het vijfde lid van art. 13 kunnen vervallen.
In een nieuw derde lid van art. 13 wordt de volgende bepaling opgenomen:
‘De deelnemingsvrijstelling is mede van toepassing op de voordelen uit rechtshandelingen als bedoeld in artikel 10, vijfde lid.’
Hiermee wordt beoogd om de voordelen uit een garantie die bij de debiteur niet in aanmerking zijn gekomen op grond van het voorgestelde art. 10, lid 5, vrij te stellen bij de garantiegever.