Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.2.3.2.3:4.2.3.2.3 Benadeling van de schuldeisers
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.2.3.2.3
4.2.3.2.3 Benadeling van de schuldeisers
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS405731:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in deze zin ook Faber, Verrekening, p. 352.
Van Schilfgaarde is kritisch over de formulering dat de schuldeisers alleen 'een voordeel' ontgaat. Hij stelt dat de toevoeging verwarrend is. Beslissend volgens hem is dat door de betalingshandeling in haar geheel genomen aan de schuldeisers geen nadeel is toegebracht. Zie Van Schilfgaarde in zijn noot onder Loeffen q.q./Mees & Hope II (IIR 22 maart 1991, NJ 1992, 214).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kern van de pauliana is benadeling van schuldeisers. Indien er geen benadeling van schuldeisers is, is er ook geen reden voor de curator om de pauliana in te stellen. Hoewel artikel 47 Fw niet met zoveel woorden stelt dat sprake moet zijn van benadeling van schuldeisers is dit een belangrijke voorwaarde.1
Een aansprekend geval waarin aan de overige vereisten van artikel 47 Fw voldaan was, zonder dat sprake was van benadeling van de schuldeisers, levert het arrest Loeffen q.q./Mees & Hope II op. De casus is reeds in de vorige paragraaf ter sprake gekomen, maar dient hier met enige nadere feiten te worden uitgebreid. Terwijl het faillissement al was aangevraagd, betaalde de zustervennootschap APO B.V., het door haar aan Meerhuys verschuldigde bedrag vanf 750.000 op de bankrekening. APO kon deze betaling verrichten doordat de bank, waar ook APO een rekening-courant aanhield, APO's kredietlimiet verhoogde en daarmee de betaling van APO aan Meerhuys mogelijk maakte. APO failleerde vervolgens anderhalf jaar nadat Meerhuys failliet was verklaard. Het hof had vastgesteld dat de vordering die Meerhuys op APO had oninbaar was, omdat APO zelf niet over de middelen beschikte om de vordering te voldoen. De Hoge Raad oordeelde vervolgens in Loeffen q.q./Mees & Hope II dat de curator de pauliana niet kon inroepen omdat dit in strijd zou komen met de strekking van artikel 47 Fw. De strekking is schuldeisers te beschermen tegen benadeling in hun verhaalsmogelijkheden. Daaraan is volgens de Hoge Raad niet voldaan in het voorgelegde geval waarin de schuldeisers, zonder dat hun enig nadeel wordt toegebracht, alleen een voordeel ontgaat.2