Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.10:11.10 Conclusie
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.10
11.10 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409095:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Duitse recht inzake het kapitaal en uitkeringen bij de GmbH heeft in 2008 een duidelijker profiel gekregen. De Duitse regeling gaat primair uit van een balanstechnische benadering, waarbij het door de aandeelhouders bijeen gebrachte Stammkapital niet mag worden uitgekeerd. Daarbij valt op dat het begrip uitkering ziet op een veelheid aan transacties tussen de vennootschap en haar aandeelhouders die erin resulteren dat het eigen vermogen van de GmbH wordt onttrokken door de aandeelhouders. Ongeoorloofde uitkeringen kunnen worden teruggevorderd van de aandeelhouders; daarbij is niet relevant of de aandeelhouders op de hoogte waren van het ongeoorloofde karakter van de onttrekking. Tevens kunnen dergelijke uitkeringen leiden tot aansprakelijkheid van bestuurders. Naast deze bescherming van de solvabiliteit van de vennootschap, voorziet het GmbH-Gesetz in een aansprakelijkheid van bestuurders als deze namens de vennootschap betalingen aan aandeelhouders verrichtten die ertoe leiden dat de vennootschap niet langer zal kunnen voortgaan met de betaling van haar opeisbare schulden. Hierdoor is sinds 2008 de facto sprake van een op Angelsaksische leest geschoeide Solvenztest bij uitkeringen aan aandeelhouders.