Ondernemingsrecht 2017/50
Tweede fase enquêteprocedure Meavita-concern, beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (artikel 5 RO), verhaal van onderzoekskosten (artikel 2:354 BW)
HR 18-11-2016, ECLI:NL:HR:2016:2607, m.nt. Mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 november 2016
- Zaaknummer
16/00545
- Noot
Mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS926006:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Ondernemingsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Staatsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2607, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:857, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑09‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑02‑2016
Essentie
Tweede fase enquêteprocedure Meavita-concern, beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (artikel 5 RO), verhaal van onderzoekskosten (artikel 2:354 BW)
Uitspraak
1. Feiten
1.1
Op 18 november 2016 heeft de Hoge Raad geoordeeld over het cassatieberoep dat was ingesteld tegen de beschikking van de Ondernemingskamer van 2 november 2015, waarin – kort gezegd – werd geoordeeld dat sprake was van wanbeleid bij het Meavita-concern in de periode van 2006 tot en met 2008 en dat de bestuurders en commissarissen voor dit wanbeleid verantwoordelijk zijn. Kort de feiten op een rij. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.