Prg. 2000, 5565
De voor de verzekerde gunstige, althans lankmoedige toepassing van het fraudevervalbeding, geldt alleen voor consumentenverzekeringsfraude.
Hof 's-Gravenhage 22-08-2000, ECLI:NL:GHSGR:2000:AJ0151, m.nt. L.E.M. Hendriks
- Instantie
Hof 's-Gravenhage
- Datum
22 augustus 2000
- Magistraten
Arpeau, De Groot, Schepel
- Zaaknummer
99/3
- Noot
L.E.M. Hendriks
- LJN
AJ0151
- JCDI
JCDI:ADS873036:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verzekeringsrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSGR:2000:AJ0151, Uitspraak, Hof 's-Gravenhage, 22‑08‑2000
- Wetingang
BW art. 3:12; BW art. 3:51; BW art. 3:52; BW art. 6:233 onder a; BW art. 6:235; BW art. 6:237 onder h; BW art. 6:246; Wetsvoorstel nr. 19529 art. 7.17.1.14
Essentie
De voor de verzekerde gunstige, althans lankmoedige toepassing van het fraudevervalbeding, geldt alleen voor consumentenverzekeringsfraude.
Samenvatting
Nadat de Haagse rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van verzekeraar op een fraudevervalclausule niet strijdt met redelijkheid en billijkheid, gaat verzekerde in hoger beroep. Bij het hof beroept appellant zich op een uitspraak (Ⅱ-96/40) van de raad van toezicht op het schadeverzekeringsbedrijf en stelt o.m. dat het beding ingevolge art. 6:237 sub h BW vermoed wordt onredelijk bezwarend te zijn.
Het hof overweegt allereerst dat het standpunt van de RvT binnen ‘juridisch Nederland’ geen zaligmakend effect heeft. Voorts ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.