NJF 2004, 28
Onrechtmatige daad; verjaring. Redelijkheid en billijkheid ten aanzien van een beroep op verjaring tegenover de erven van een aan de gevolgen van mesothelioom overleden schilder die bij De Schelde heeft gewerkt.
Hof 's-Gravenhage 25-07-2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AL7226
- Instantie
Hof 's-Gravenhage
- Datum
25 juli 2003
- Magistraten
mrs. J.M.E. in 't Velt-Meijer, C.G. Beyer-Lazonder, L.F.A. Husson
- Zaaknummer
02/801KA
- LJN
AL7226
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSGR:2003:AL7226, Uitspraak, Hof 's-Gravenhage, 25‑07‑2003
- Wetingang
BW art. 3:310; BW art. 6:2
Essentie
Onrechtmatige daad; verjaring. Redelijkheid en billijkheid ten aanzien van een beroep op verjaring tegenover de erven van een aan de gevolgen van mesothelioom overleden schilder die bij De Schelde heeft gewerkt.
Partij(en)
X, Y en Z, ook de ‘erven’, in deze zaak optredende voor zichzelf alsook in hun hoedanigheid van nabestaanden en erfgenamen van wijlen de heer Z, appellanten, proc. mr. H.J.A. Knijff,
tegen
Koninklijke Schelde Groep B.V., te Vlissingen, geïntimeerde, proc. mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Uitspraak
(Post alia:)
1
Het gaat in deze zaak om het volgende.
1.1
De heer Z ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.