NJ 2005, 557
Onrechtmatige daad; aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging. Niet aangetoond dat gemeente anno 1972 wist of had behoren te weten dat perceel niet of minder geschikt was om als bedrijfsterrein te worden uitgegeven.
Hof 's-Gravenhage 04-03-2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AU7479
- Instantie
Hof 's-Gravenhage
- Datum
4 maart 2004
- Magistraten
Mrs. H.W.J. de Groot, S.A. Boele, J. Vrij
- Zaaknummer
99/242
- LJN
AU7479
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSGR:2004:AU7479, Uitspraak, Hof 's-Gravenhage, 04‑03‑2004
- Wetingang
BW art. 6:162
Essentie
Onrechtmatige daad; aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging. Niet aangetoond dat gemeente anno 1972 wist of had behoren te weten dat perceel niet of minder geschikt was om als bedrijfsterrein te worden uitgegeven.
Samenvatting
(1)
Appellanten Meteoor en Keijzer vorderen van geïntimeerde gemeente Den Haag schadevergoeding wegens nadelige gevolgen bodemverontreiniging. Zij leggen aan vordering ten grondslag dat de gemeente jegens hen als rechtsopvolgers van degene die het stuk grond in 1972 als bouwgrond van de gemeente had gekocht, onrechtmatig heeft gehandeld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.