NJF 2004, 355:Ondernemingsrecht; faillissementsrecht. Wettelijk vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling (tekortschieten in de nakoming van de in art. 2:10 en 394 BW genoemde verplichtingen) door de enige bestuurder een belangrijke oorzaak van het faillissement van Bleijenbeek is geweest. Verwerping van wat daartegen is aangevoerd.