RI 2015/56
Onoverdraagbaarheidsbeding. Staat een onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking in de weg aan verpanding? (Kuijper qq/Rabobank)
Rb. Amsterdam 04-03-2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:879
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
4 maart 2015
- Magistraten
Mr. A.W.H. Vink
- Zaaknummer
C/13/551353 / HA ZA 13-1536
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS920715:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2015:879, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 04‑03‑2015
- Wetingang
Art. 3:83, 3:98, 3:228 BW; art. 35 lid 2 Fw
Essentie
Onoverdraagbaarheidsbeding. Goederenrechtelijke werking. Verpandbaarheid.
Staat een onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking in de weg aan verpanding?
Samenvatting
Een rozenkwekerij is lid van Koninklijke Coöperatieve Bloemenveiling FloraHolland U.A. (‘FloraHolland’). Ieder lid heeft bij FloraHolland tegoeden uit hoofde van een ledenlening en een participatiereserve. Deze tegoeden worden onder bepaalde voorwaarden door FloraHolland aan een lid uitbetaald. Deze voorwaarden zijn vermeld in de statuten van FloraHolland.
De rozenkwekerij heeft in 2009 haar bestaande en toekomstige vorderingen op FloraHolland uit hoofde van de ledenlening en participatiereserve openbaar verpand aan Rabobank. Op 29 mei 2012 wordt de rozenkwekerij in staat van faillissement verklaard. Op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.