NJB 2022/1781
Dadelijke uitvoerbaarheid, art. 38v lid 4 Sr: ingevolge deze bepaling kan een rechter – in afwijking van de algemene regel dat een rechterlijke uitspraak pas ten uitvoer mag worden gelegd nadat zij onherroepelijk is geworden – bevelen dat een door hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is. In dat geval moet de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel blijk geven dat aan de in art. 38v lid 4 Sr gestelde voorwaarden is voldaan. In casu is dat voldoende gebeurd.
HR 12-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:1028
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
12 juli 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T. Kooijmans
- Zaaknummer
20/04134
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1028, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 12‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:488, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑05‑2022
- Wetingang
(art. 38v Sr)
Essentie
Dadelijke uitvoerbaarheid, art. 38v lid 4 Sr: ingevolge deze bepaling kan een rechter – in afwijking van de algemene regel dat een rechterlijke uitspraak pas ten uitvoer mag worden gelegd nadat zij onherroepelijk is geworden – bevelen dat een door hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is. In dat geval moet de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel blijk geven dat aan de in art. 38v lid 4 Sr gestelde voorwaarden is voldaan. In casu is dat voldoende gebeurd. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.