Prg. 1998, 5025
Indien werknemer en werkgever speciale afspraken maken over aansprakelijkheid bij diefstal ‘dienstfiets’, is er tijdens privé-gebruik onvoldoende aanleiding om de aansprakelijkheidsnorm van art. 7:661 BW te hanteren. Wegens verwijtbaar handelen reconventionele vordering tot betaling waarde van de fiets (ƒ 755,55) toegewezen.
Ktg. 's-Gravenhage 10-06-1998, ECLI:NL:KTGSGR:1998:AL3219, m.nt. J. Gaanderse
- Instantie
Kantongerecht 's-Gravenhage
- Datum
10 juni 1998
- Magistraten
K.R. van der Graaf
- Zaaknummer
39840/97-10426
- Noot
J. Gaanderse
- LJN
AL3219
- JCDI
JCDI:ADS873052:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsomstandigheden en beroepsschade
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:KTGSGR:1998:AL3219, Uitspraak, Kantongerecht 's-Gravenhage, 10‑06‑1998
- Wetingang
BW art. 6:170 lid 3; BW art. 6:248; BW art. 7:661
Essentie
Indien werknemer en werkgever speciale afspraken maken over aansprakelijkheid bij diefstal ‘dienstfiets’, is er tijdens privé-gebruik onvoldoende aanleiding om de aansprakelijkheidsnorm van art. 7:661 BW te hanteren. Wegens verwijtbaar handelen reconventionele vordering tot betaling waarde van de fiets (ƒ 755,55) toegewezen.
Samenvatting
Werkneemster gaat buiten werktijd op een door werkgeefster ter beschikking gestelde ‘dienstfiets’ op bezoek bij haar vriend en ‘stalt’ de fiets in de gang. Op enig moment is de fiets verdwenen, waarop zij aangifte van diefstal doet. Zij verlangt wederom vergoeding voor gebruik van haar eigen fiets, doch werkgeefster wil die vergoeding verrekenen met de waarde van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.