Rb. Rotterdam, 22-06-2023, nr. C/10/660540 / FA RK 23-4443
ECLI:NL:RBROT:2024:9671
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
22-06-2023
- Zaaknummer
C/10/660540 / FA RK 23-4443
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2024:9671, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 22‑03‑2024; (Beschikking)
ECLI:NL:RBROT:2023:5909, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 22‑06‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Vindplaatsen
GZR-Updates.nl 2023-0229 met annotatie van S. Koelewijn
JGz 2023/52 met annotatie van Redactie
Uitspraak 22‑03‑2024
Inhoudsindicatie
Wvggz. Behandeling verzoek vcm na vernietiging van eerdere beschikking en terugverwijzing door de Hoge Raad. Retrospectief onderzoek ontoereikend om de conclusie te rechtvaardigen dat betrokkene ten tijde van de behandeling van het verzoek voor de vcm wilsonbekwaam was.
Partij(en)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/660540 / FA RK 23-4443
Referentienummer: [nummer]
Beschikking van 22 maart 2024 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1996, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.
1. De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de beschikking van deze rechtbank van 29 januari 2024;
- -
de aanvullende medische verklaring van 6 februari 2024 van psychiater
[persoon A] (hierna: de psychiater);
- -
de aanvullende notitie van de officier van 14 februari 2024;
- -
het bericht van [persoon B] , psychiater en geneesheer-directeur van Yulius, van 19 februari 2024;
- -
de reactie van betrokkene op de aanvullende medische verklaring van 23 februari 2024;
- -
het e-mail bericht van de officier van 29 februari 2024;
- -
het e-mail bericht van betrokkene van 29 februari 2024.
1.2.
Partijen hebben afgezien van een verdere mondelinge behandeling.
2. Verdere beoordeling
2.1.
Bij beschikking van 29 januari 2024 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoek aangehouden en de officier verzocht om uiterlijk 16 februari 2024 een aanvullende medische verklaring inzake de wilsbekwaamheid van betrokkene ten tijde van de vernietigde beschikking over te leggen aan de rechtbank. De rechtbank verwijst naar en neemt over wat hierover in deze beschikking is overwogen.
2.2.
In de aanvullende medische verklaring van 6 februari 2024 heeft de psychiater het volgende verklaard:
‘Op grond van mijn onderzoek op 17 juni 2023 inzake voor aanvraag van een crisismaatregel voor bovengenoemde kan ik het volgende mededelen:
Op grond van de symptomen behorende bij zijn psychiatrische stoornis was patiënt op dat moment wilsonbekwaam volgens mij. Dit o.a. door de verwarde en chaotische indruk die hij op dat moment maakte vanuit zijn psychose zonder ziektebesef. Dit oordeel van wilsonbekwaamheid is achteraf uit herinnering en op basis medisch dossier zonder dat dat expliciet toen meegenomen is in het beoordelingsmoment. Dit heeft natuurlijk niet dezelfde status als een oordeel dat op hetzelfde moment van de oorspronkelijke beoordeling wordt gemaakt.’
2.3.
De officier betoogt dat de rechtbank gelet op de aanvullende medische verklaring van 6 februari 2024 kan oordelen dat sprake was van wils(on)bekwaamheid (de rechtbank begrijpt: wilsonbekwaamheid), dat er dus geen sprake was van een te honoreren verzet tegen zorgvormen, zodat de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel van 22 juni 2023 tot en met 13 juli 2023 dan ook alsnog moet worden toegewezen.
2.4.
Betrokkene stelt gemotiveerd kort weergegeven dat de aanvullende medische verklaring in deze zaak ontoereikend is en dat de betrouwbaarheid daarvan onvoldoende is om uit te kunnen gaan van wilsonbekwaamheid van betrokkene ten tijde van de crisismaatregel (de rechtbank begrijpt: ten tijde van de voortzetting van de crisismaatregel). De rechtbank moet daarom rekening houden met de wensen en voorkeuren van betrokkene.
2.5.
De rechtbank overweegt als volgt. De aanvullende medische verklaring van de psychiater over de wils(on)bekwaamheid voldoet naar het oordeel van de rechtbank niet aan de aan die verklaring te stellen eisen. Deze verklaring bevat slechts een summiere – en naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende – onderbouwing inhoudende dat betrokkene volgens de psychiater wilsonbekwaam was onder meer door de verwarde en chaotische indruk die hij op dat moment maakte vanuit zijn psychose zonder ziektebesef. Uit deze verklaring blijkt dat de psychiater zijn onderzoek heeft beperkt tot het putten uit zijn herinnering en dossieronderzoek. De rechtbank is het eens met betrokkene dat dit retrospectief onderzoek ontoereikend is om de conclusie te rechtvaardigen dat betrokkene ten tijde van de behandeling van het verzoek voor de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wilsonbekwaam was. Niet is gebleken dat de psychiater bij zijn beoordeling gebruik heeft gemaakt van de bronnen die beschikbaar waren, zoals een gesprek met de zorgverantwoordelijke en/of een onderzoek van of een gesprek met betrokkene zelf. De rechtbank kan op basis van de aanvullende medische verklaring van de psychiater niet aannemen dat betrokkene wilsonbekwaam moet worden geacht in zijn verzet tegen de verzochte vormen van verplichte zorg, zodat zijn bezwaren tegen verlening van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel moeten worden gehonoreerd. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek zal afwijzen.
3. Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr M.C. Woudstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van B. Bajra, griffier op 22 maart 2024. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitspraak 22‑06‑2023
Inhoudsindicatie
Voortzetting crisismaatregel, artikel 7:7 Wvggz. Rechtbank gaat gelet op spoedeisendheid van de zaak voorbij aan verweer dat bij betrokkene sprake is van wilsbekwaam verzet.
Partij(en)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/660540 / FA RK 23-4443
Referentienummer: [nummer01]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 22 juni 2023 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene01] ,
geboren op [geboortedatum01] te [geboorteplaats01] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats01] ,
op dit moment verblijvende in [naam instelling01] te [plaats01] ,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.
1. Procesverloop
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 juni 2023, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 17 juni 2023 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- -
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 17 juni 2023;
- -
de medische verklaring opgesteld door [naam01] , psychiater, van 17 juni 2023;
- -
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
- -
de relevante politiegegevens van betrokkene;
- -
het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 juni 2023. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
- -
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
- -
[naam02] , verpleegkundig specialist, verbonden aan [naam instelling01] ;
- -
[naam03] , verpleegkundige, verbonden aan [naam instelling01] ;
- -
[naam04] , ambulant behandelaar, verbonden aan [naam instelling01] (via beeld- en geluidsverbinding);
- -
de ouders van betrokkene.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2. Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is voor de tweede keer binnen korte tijd verplicht opgenomen. Op 6 juni 2023 is betrokkene ook al met een crisismaatregel opgenomen. Op 12 juni 2023 is een verzoek tot voortzetting van deze crisismaatregel afgewezen door deze rechtbank, omdat het psychotisch toestandsbeeld ten tijde van de mondelinge behandeling was verbleekt en geen sprake (meer) was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
De verpleegkundig specialist verklaart dat betrokkene daarna met ontslag is gegaan terwijl hij nog niet volledig hersteld was met als gevolg dat het snel weer fout is gegaan. Het drugsgebruik van betrokkene is daarbij een complicerende factor en heeft zijn psychotische belevingen mogelijk nog versterkt. Betrokkene spreekt onder invloed van die belevingen mensen aan op straat en loopt daarmee het risico dat hij agressie van anderen over zich afroept. Betrokkene verwaarloost zichzelf, eet niet goed en vervuilt zijn huis. Betrokkene heeft bij de crisisdienst aangegeven dat hij denkt dat hij een chip in zijn hoofd heeft. De psychotische symptomen maken betrokkene gespannen en geagiteerd. Dat blijkt onder meer uit het feit dat hij kort na zijn ontslag uit de kliniek in conflict is geraakt met zijn vader over iets kleins (het ophalen van zijn kat). De directe aanleiding voor de huidige opname is dat betrokkene in verwarde toestand ‘s nachts met de trein naar Dordrecht is gegaan; volgens betrokkene zelf omdat hij ‘in een waas naar een supermarkt daar moest gaan’. Bij aankomst in Dordrecht wist betrokkene niet meer wat hij daar ging doen en hoe hij terug moest komen. Betrokkene heeft toen bij de politie aangegeven dat hij in de war was, waarna de politie hem naar het station heeft gestuurd. Betrokkene heeft daarna zijn moeder gebeld om te zeggen dat het niet goed met hem ging. De verpleegkundig specialist verklaart dat betrokkene op de afdeling behoorlijk geagiteerd en impulsief aanwezig is. Zo heeft betrokkene een glas naar de hoek van een kamer gegooid, omdat hij dacht dat er iets in die hoek zat. De door de verpleegkundig specialist genoemde agitatie van betrokkene wordt ook door de rechtbank waargenomen tijdens de mondelinge behandeling. De verpleegkundig specialist verklaart dat die agitatie voortkomt uit het psychotisch toestandsbeeld dat nog steeds aanwezig is. De verpleegkundig specialist verklaart dat betrokkene op dit moment wordt ingesteld op depotmedicatie en daarnaast orale medicatie gebruikt om het herstelproces te versnellen. Zij verklaart dat het psychotische toestandsbeeld nog niet verbleekt is en dat zij verwacht dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel zich opnieuw voor zal doen als betrokkene op dit moment de kliniek verlaat en zijn behandeling staakt.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
2.3.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- -
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
- -
het beperken van de bewegingsvrijheid;
- -
het onderzoek aan kleding of lichaam;
- -
het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- -
het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
- -
het opnemen in een accommodatie.
2.5.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het insluiten en het uitoefenen van toezicht op betrokkene, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaren tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd hebben verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.6.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene verklaart dat hij geen psychotische klachten heeft en hij vindt een opname bij [naam instelling01] niet nodig. Met betrekking tot de medicatie verklaart betrokkene dat hij zijn huidige medicatie vrijwillig wil innemen, omdat hij van deze medicatie geen bijwerkingen ervaart. De ambulant behandelaar verklaart daarover dat hij verwacht dat betrokkene de huidige medicatie niet vrijwillig in zal blijven nemen als er bijwerkingen ontstaan. De verpleegkundig specialist verklaart dat betrokkene nu sociaal wenselijk verklaart en naar verwachting op een later moment in discussie gaat met de behandelaren omdat hij ook de huidige medicatie niet wil accepteren.
2.7.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek, omdat er sprake is van wilsbekwaam verzet tegen de voorgestelde verplichte zorg, nu niet uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene wilsonbekwaam is. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123) dient de rechter de wilsbekwaamheid te beoordelen in het geval dat een betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg én zich geen situaties als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz voordoen. De rechtbank vindt dat sprake is van een voldoende toegelicht bezwaar tegen de verzochte vormen van verplichte zorg. Niet is komen vast te staan dat er sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene, een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor een ander, of dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de medische verklaring blijkt niet of betrokkene al dan niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake verplichte zorg. De rechtbank gaat echter, gelet op de spoedeisendheid van de zaak, voorbij aan het verweer. De rechtbank dient op grond van artikel 7:8 lid 3 Wvggz binnen drie dagen op het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel te beslissen. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om binnen de beslistermijn de zaak aan te houden om de wilsbekwaamheid van betrokkene te laten beoordelen door een onafhankelijke psychiater. In afwijking van de wettelijke bepalingen die gelden voor een zorgmachtiging, bepaalt de Wvggz niet dat de beslistermijn van drie dagen bij een verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel wordt verlengd als de rechter een deskundigenonderzoek gelast. Hiervoor is al overwogen dat en waarom betrokkene met spoed verplichte zorg nodig heeft. Die omstandigheid en het feit dat de rechtbank op grond van de in de medische verklaring beschreven symptomen en gedragingen van betrokkene en de informatie verkregen tijdens de mondelinge behandeling tot de conclusie komt dat het in elk geval aannemelijk is dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van die toe te wijzen (vormen van) verplichte zorg, maken dat de rechtbank het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg volgt om in een geval als dit een uitzondering te maken en inhoudelijk te beslissen op het verzoek zonder te beschikken over een aanvullende medische verklaring met betrekking tot de wilsbekwaamheid.
2.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene01] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 juli 2023;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 22 juni 2023 mondeling gegeven door mr. M.B. van den Enden, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C.M. van Gils, griffier, en op 5 juli 2023 schriftelijk uitgewerkt en getekend. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.