NJB 2025/709:Beslagbeklag en verschoningsrecht van in casu notaris, art. 98 jo 552a Sv: herhaling en toepassing van HR 18 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:223, welk arrest onder meer inhoudt dat het verschoningsrecht van de advocaat in zoverre niet absoluut is dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden laten denken waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt – ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap de advocaat als zodanig is toevertrouwd – moet prevaleren boven het verschoningsrecht. Bij de beantwoording van de vraag of zich zo uitzonderlijke omstandigheden voordoen dat het verschoningsrecht mag worden doorbroken, geldt wat betreft het belang van de waarheidsvinding als beoordelingsmaatstaf of de betreffende gegevens redelijkerwijs in een zodanig direct verband staan met het strafbare feit waarvan het vermoeden bestaat dat dit is begaan, dat deze gegevens kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. In casu heeft de rechtbank niet kenbaar in haar oordeel betrokken of de inbreuk op het verschoningsrecht ten aanzien van de onder de klager inbeslaggenomen administratieve stukken en gegevensdragers niet verder gaat dan strikt nodig is voor het aan het licht brengen van de waarheid van de betreffende feiten. Het oordeel van de rechtbank is daarom niet toereikend gemotiveerd.