NJ 2017/291
Voorhanden hebben en dragen van nepvuurwapen, art. 13 lid 1 WWM, en uitzondering voor speelgoedvoorwerpen.
HR 31-01-2017, ECLI:NL:HR:2017:115
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
31 januari 2017
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, V. van den Brink, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
15/04214
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS124374:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:115, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 31‑01‑2017
ECLI:NL:PHR:2016:1442, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑11‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑07‑2016
- Wetingang
Art. 2 lid 1 aanhef en onder 7° bij Categorie I, art. 13 lid 1, art. 3 aanhef en onder a RWM; art. 2 lid 1, art. 54, Bijlage 1 bij Richtlijn 2009/48/EG van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed
Essentie
Voorhanden hebben en dragen van nepvuurwapen en speelgoed Richtlijn.
Het verbod voorwerpen die een sprekende gelijkenis met vuurwapens vertonen voorhanden te hebben of te dragen geldt niet voor een speelgoedvoorwerp als bedoeld in Richtlijn 2009/48/EG, zo volgt uit art. 3 RWM. Kennelijk heeft het hof geoordeeld dat het speelgoedpistool niet kan worden aangemerkt als speelgoedvoorwerp als bedoeld in Richtlijn 2009/48/EG. Dat oordeel is, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 augustus 2015, nummer 23/001974-15, in de strafzaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.