JAR 2013/124
Kennelijk onredelijk ontslag. Onmisbaarheid gedetacheerde werknemer.
Hof 's-Hertogenbosch 09-04-2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ7007
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
9 april 2013
- Magistraten
Mrs. C.M. Aarts, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, R.R.M. de Moor
- Zaaknummer
HD 200.079.307 T
- LJN
BZ7007
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ7007, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 09‑04‑2013
- Wetingang
Art. 7:681 BW; art. 4:2 lid 3 en 4 Ontslagbesluit
Essentie
Ontslag om bedrijfseconomische redenen, met toestemming van het UWV. Werknemer wendt zich vervolgens tot de kantonrechter, en vordert een verklaring voor recht en een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter wijst deze vorderingen af. In hoger beroep voert werknemer aan, dat het anciënniteitsbeginsel en het afspiegelingsbeginsel niet goed zijn toegepast.
Hof: de omstandigheid dat geen ontslagvergoeding is toegekend, maakt het ontslag nog niet kennelijk onredelijk; werknemer heeft de schade, die hij stelt geleden te hebben, niet onderbouwd en geconcretiseerd. Omdat werkgever bij memorie van antwoord een aantal verweren voor het eerst aanvoert, krijgt werknemer nog ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.