NJB 2023/275
Noodweerexces, art. 41 lid 2 Sr: de Hoge Raad zet de voorwaarden uiteen waarbinnen slechts sprake kan zijn van verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging (bij kort gezegd: verder gaan dan geboden of bij verdediging na beëindiging noodweersituatie). Wettelijke vereiste dat de gedraging het ‘onmiddellijk gevolg’ moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding: daaruit volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging. Niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging, maar aan het gevolgvereiste is niet voldaan indien de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer. Bij toetsing aan het gevolgvereiste kan betekenis toekomen aan de mate waarin de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden, aan de aard en de intensiteit van de hevige gemoedsbeweging en aan het tijdsverloop tussen de aanranding en de verdedigingshandeling. In casu heeft het hof de verwerping van het beroep van de verdachte op noodweerexces niet toereikend gemotiveerd. A-G: anders.
HR 10-01-2023, ECLI:NL:HR:2023:20
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
10 januari 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, Y. Buruma, J.C.A.M. Claassens, A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/01304
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:20, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1049, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑05‑2022
- Wetingang
(art. 41 Sr)
Essentie
Noodweerexces, art. 41 lid 2 Sr: de Hoge Raad zet de voorwaarden uiteen waarbinnen slechts sprake kan zijn van verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging (bij kort gezegd: verder gaan dan geboden of bij verdediging na beëindiging noodweersituatie). Wettelijke vereiste dat de gedraging het ‘onmiddellijk gevolg’ moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding: daaruit volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging. Niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.