Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.5.1:3.5.1 ZPO: Rechtsgespräch
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.5.1
3.5.1 ZPO: Rechtsgespräch
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS298613:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
128.
In het Duitse civiele proces geldt net als in Nederland het adagium ius curia novit. Het is de taak van de rechter om rechtsgronden aan te vullen. Bij de door partijen gestelde feiten, en eventueel naar aanleiding van vragen en Hinweise nader verkregen informatie, dient de rechter rechtsgronden te zoeken. Hij toetst de feiten aan de rechtsgrond en beoordeelt of aan de voor de toepassing noodzakelijke voorwaarden is voldaan. Dat proces van zoeken van rechtsgronden en toetsing van feiten aan de rechtsgronden wordt aangeduid met de term Subsumtion.1
Hoewel het toepassen van de rechtsgronden een taak van de rechter is en partijen de rechter op dat vlak niet kunnen binden, mogen partijen wel rechtsgronden aandragen waarvan zij menen dat ze toepasselijk zijn. Als zij daarvoor kiezen, dient de rechter een dialoog met partijen aan te gaan. Dat vindt plaats binnen het kader van § 139 ZPO, welk artikel dus ook op de fase van het toepassen van rechtsgronden betrekking heeft. Het gesprek tussen de rechter en partijen wordt aangeduid met de term Rechtsgespräch. De rechter spreekt met partijen de door hen aangedragen rechtsgronden door en geeft aan welke rechtsgronden zijns inziens toepasselijk zijn. Hier zijn zowel de partijen als de rechter bij gebaat. Partijen kunnen na het Rechtsgespräch immers gerichter argumenten aandragen, terwijl de rechter verschillende inzichten krijgt die hem verder kunnen helpen bij het beslechten van het geschil. Dit Rechtsgespräch past prima bij het uitgangspunt van de ZPO dat partijen en de rechter gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een goed verloop van de procedure. Bovendien leidt het ertoe dat het proces van rechtsvinding niet wordt belemmerd omdat niet tot de kern van het debat kan worden doorgedrongen.2 Dit Rechtsgespräch lijkt erg op de in Nederland bestaande comparities, al wordt in Nederland geen plicht voor de rechter aanvaard om eventueel toepasselijke rechtsgronden met partijen door te spreken.