Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/2.4.1
2.4.1 Het bestuur
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971904:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 205. Vgl. Van Leeuwen (diss.) 1990, p. 91 e.v.; en Mussche (diss.) 2013, p. 27 e.v.
Ik wijs in dit verband ook op de administratieplicht van het bestuur (artikel 2:10 BW) en zijn verplichting om de jaarrekening op te maken (artikel 2:101/210 lid 1 BW).
In uitzonderlijke gevallen kan een individuele bestuurder worden uitgesloten van bepaalde informatie, waarover De Roo (diss.) 2021, p. 354-355 met verwijzingen.
Zie De Roo (diss.) 2021, p. 354 e.v.; Verdam 2013, par. 2; en Bulten 2012, p. 10. Vgl. Hof Amsterdam (OK) 13 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:313 (Speed Covid Test), r.o. 3.4 e.v.
Over de informatiepositie van het bestuur kan ik kort zijn. Het bestuur dient ervoor zorg te dragen dat het beschikt over alle informatie die nodig is voor de uitvoering van zijn taak.1 Daaronder valt in ieder geval alle informatie die nodig is voor het beheersen, controleren en besturen van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Het vergaren van deze informatie is daarmee onderdeel van de bestuurstaak en het bestuur wordt geacht te beschikken over deze informatie,2 zoals het bestuur beschikt over de overige onderdelen van het vennootschapsvermogen. Van een separaat informatierecht is als zodanig geen sprake: toegang tot alle informatie van de vennootschap is inherent aan de positie van het bestuur binnen de vennootschap. Gezien de collectieve aard van de bestuurstaak, betekent dit dat ook alle individuele bestuurders in hoedanigheid – in beginsel3 – onverkort toegang hebben tot informatie van de vennootschap voor zakelijke doeleinden.4