AB 1978, 87
RvS, 01-10-1977
RvS 01-10-1977, ECLI:NL:RVS:1977:AM3819, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
Raad van State
- Datum
1 oktober 1977
- Magistraten
Van Rijckevorsel, Boukema, Van Tuyll Van Serooskerken
- Zaaknummer
[1977-10-01/AB_37716]
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
AM3819
- JCDI
JCDI:ADS862039:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:1977:AM3819, Uitspraak, Raad van State, 01‑10‑1977
- Wetingang
Vw art. 11 lid 5; Vw art. 34; Wet Arob art. 8 lid 1 onder d
Essentie
Regularisatie. Gewekte verwachtingen.
Ontvankelijkheid.
Samenvatting
De Afdeling Rechtspraak acht het niet bij voorbaat uitgesloten dat appellant wel sedert een jaar zijn hoofdverblijf in Nederland had. Gelet op de uitleg welke bij de totstandkoming van de Vreemdelingenwet aan het begrip hoofdverblijf is gegeven, acht de Afdeling de hier gerezen twijfel voldoende om appellant in verband met art. 34, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet in zijn beroep te kunnen ontvangen.
Hoofdzaak.
Gezien de inhoud van de circulaire van 30 mei 1975 mocht appellant er in verband met het plaatsen door de Vreemdelingendienst te Rotterdam in zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.