AB 1979, 369
RvS, 12-04-1979, nr. A-208521977V248
RvS 12-04-1979, ECLI:NL:RVS:1979:AM4541, m.nt. J.R. Stellinga
- Instantie
Raad van State
- Datum
12 april 1979
- Magistraten
Van Rijckevorsel, Boukema, Van Tuyll Van Serooskerken
- Zaaknummer
A-208521977V248
- Noot
J.R. Stellinga
- LJN
AM4541
- JCDI
JCDI:ADS862218:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:1979:AM4541, Uitspraak, Raad van State, 12‑04‑1979
- Wetingang
RVS art. 79
Samenvatting
Er valt geen wettelijke bepaling aan te wijzen, waaruit de bevoegdheid van de minister zou voortvloeien de Proc.-Gen. bij de HR opdracht te geven tot het instellen van beroep in cassatie in het belang der wet.
Derhalve heeft de minister met zijn schrijven, waarbij hij zijn standpunt omtrent de beslissing van de Proc.-Gen. aan de appellant heeft kenbaar gemaakt, niet een op enig rechtsgevolg gericht besluit genomen noch geweigerd een zodanig besluit te nemen.
Tegen de op deze grond door de Voorzitter van de Afd. rechtspraak uitgesproken niet-ontvankelijkheid wordt appellants verzet ongegrond bevonden.*
* Zie de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.