AB 1985, 141
RvS, 31-07-1984, nr. A-310458(1982)
RvS 31-07-1984, ECLI:NL:RVS:1984:AM8099, m.nt. F.P.J.M. Otten
- Instantie
Raad van State
- Datum
31 juli 1984
- Magistraten
Kamperman, De Vries, Van Reijen
- Zaaknummer
A-310458(1982)
- Noot
F.P.J.M. Otten
- LJN
AM8099
- JCDI
JCDI:ADS862333:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:1984:AM8099, Uitspraak, Raad van State, 31‑07‑1984
- Wetingang
Hw art. 13; Prov.w art. 81; Wet Arob art. 8 lid 1 onder a
Essentie
Verhouding herziene hinderwet -Provinciale verordeningen.
Samenvatting
De wetsgeschiedenis, welke aan de wijziging van de Hinderwet ten grondslag ligt, wijst onmiskenbaar uit dat de Hinderwet, zoals deze sedert 1 nov. 1981 luidt, mede strekt tot behartiging van de belangen ten behoeve waarvan de verordening is gegeven, te weten het belang van de bescherming van het stads- en landschapsschoon.
In verband hiermee en gelet op het feit dat de betrokken bepalingen van de verordening zien op activiteiten, waarop tevens het vereiste van een vergunning op grond van de Hinderwet van toepassing kan zijn, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.