Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.9.6
6.9.6 Ambtshalve toepassen van de Europese subsidieregelgeving
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394868:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 5, paragraaf 5.8.3.5.
Jans e.a. 2011, p. 312; Brugman 2010, p. 113 e.v. Uiteraard wordt de omvang van het geding ook bepaald door het besluit waartegen beroep wordt ingesteld. Brugman spreekt van de harde buitengrens van het schil (Brugman 2010, p. 104). Hierop wordt op deze plaats niet verder ingegaan. Verder kan het ook zo zijn dat degene die beroep instelt het geschil beperkt door alleen bepaalde onderdelen van het besluit aan de orde te stellen. Zie hieromtrent Brugman 2010, p. 105 e.v.
Zie omtrent het ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden Brugman 2010, p. 63 e.v. en p. 119 e.v.
Zie hieromtrent Jans e.a. 2011, p. 312.
Jans e.a. 2011, p. 312. Zie omtrent ambtshalve toetsing ook Brugman 2010, p. 68 e.v. en p. 132 e.v.
Betwijfeld kan worden of dit nog steeds geldt. De Afdeling lijkt de bevoegdheid van het bestuursorgaan onder aanvulling van de rechtsgronden te scharen. Zie hieromtrent Brugman 2010, p. 134.
Jans e.a. 2011, p. 312.
In hoofdstuk 5 is ingegaan op de vraag in hoeverre de nationale rechter is gehouden om de Europese subsidieregelgeving ambtshalve toe te passen.1 In het Nederlandse bestuursrecht wordt de omvang van het geding bepaald door hetgeen door appellanten feitelijk wordt aangevoerd.2 Op grond van artikel 8:69, tweede lid, van de Awb is de nationale bestuursrechter wel gehouden om ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen. Dit betekent dat hij de gronden die door partijen worden aangevoerd vertaalt in juridische gronden.3 Deze verplichting wordt beperkt door het verbod van reformatio in peius. Zoals in hoofdstuk 5 besproken komt dit verbod niet in strijd met het Europese beginsel van doeltreffendheid.
Uit het arrest Van der Weerd volgt voorts dat de Nederlandse bestuursrechter alleen is gehouden om ambtshalve toetsen aan Europese regels die vergelijkbaar zijn met nationale bepalingen van openbare orde.4 Dit zijn regels die niet ter vrije beschikking staan van partijen; ambtshalve toetsing aan deze regels kan dan ook leiden tot reformatio in peius.5 Bepalingen van openbare orde zijn bepalingen over de bevoegdheid van de rechter, over de bevoegdheid van bestuursorganen6 en over de ontvankelijkheid van rechtsmiddelen.7 In paragraaf 6.3.3.5 is reeds besproken dat de nationale bestuursrechter blijkens de jurisprudentie niet altijd ambtshalve beziet of het subsidieverstrekkende bestuursorgaan een bevoegdheid heeft om Europese subsidies te verstrekken. Hetzelfde geldt voor de bevoegdheid om Europese administratieve sancties toe te passen. Hierdoor wordt in de hand gewerkt dat de wetgever niet wordt gestimuleerd om de benodigde bevoegdheden voor de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving afdoende te regelen.