De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/8.3:8.3 Het beproeven van een schikking
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/8.3
8.3 Het beproeven van een schikking
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS364188:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Partijen blijken maar matig tevreden over de overeengekomen schikking tijdens de zitting (paragraaf 4.2). Een aantal partijen en (wat minder) advocaten percipieert de schikking als een — door het gedrag van de rechter — gedwongen schikking. De redenen waarom zij dit zo zien lopen uiteen (paragraaf 4.2.1). Mogelijk ervaren sommige partijen sneller dwang in de rechtszaal dan advocaten en rechters of definiëren zij dwang anders. Bovendien is de manier waarop de rechter een schikking beproeft vaak als reden genoemd door de partijen en advocaten die de totale gang van zaken tijdens de zitting onaanvaardbaar of twijfelachtig vonden (paragraaf 6.2.3.2 en paragraaf 6.2.3.3).
Bij het beproeven van een schikking stellen rechters niet altijd de voordelen van een regeling aan de orde. In nog geen 3% van de onderzochte zittingen vraagt de rechter aan partijen wat voor hen de voordelen van een schikking zouden zijn. In bijna 35% van de zittingen noemt de rechter deze voordelen zelf op zonder bij partijen te checken of zij deze ook zo zien (paragraaf 3.7.1). Ongeveer eenderde van de partijen en advocaten denkt dat de rechter een eigen motief heeft bij een regeling. Van die advocaten denkt 43% dat dit motief gelegen is in het niet hoeven wijzen van een vonnis (paragraaf 3.7.4). Verder is het bij het merendeel van de zittingen niet duidelijk of de aanwezige partijen behoefte hebben aan een voorlopig oordeel op het moment dat de rechter dit voorlopig oordeel geeft (paragraaf 3.7.1). Waarop het voorlopig oordeel betrekking heeft en wat de rechter verder onderneemt om partijen tot een schikking te bewegen loopt uiteen (paragraaf 3.7.2). Er lijkt dan ook niet veel lijn te zitten in de manier waarop rechters een schikking beproeven tijdens de zitting.
Het is dus wenselijk meer aandacht te laten uitgaan naar de vraag wat goede manieren zijn voor rechters om een schikking te faciliteren. Dat lijkt op dit moment een weinig doordacht proces. Ook zou er diepgaander onderzoek naar het beproeven van een schikking kunnen worden gedaan, bijvoorbeeld naar wat ervoor zorgt dat de betrokkenen een schikking als een dwangschikking ervaren en wat rechters kunnen doen om dit te voorkomen. Van der Linden e.a. (2009) hebben hiertoe inmiddels een eerste aanzet gedaan (zie paragraaf 9.1.1.2).