Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/5.2:5.2 Literatuurstudie
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/5.2
5.2 Literatuurstudie
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS446023:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In dit citaat spreekt de OESO over ‘assessment systems’. Dit is een verkorte term voor ‘direct/administrative assessment’.
OECD, 2006, p. 10.
Gordon, 1996, p. 8.
Larking, 2001, p. 311.
Scheltens, 1970, p. 599.
De verzameling onderzoeksobjecten waarop een onderzoek betrekking heeft, wordt in de statistiek aangeduid als de (onderzoeks)populatie.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een eerste verkenning van de literatuur op het vlak van elders in de wereld toegepaste heffingstechnieken leert dat er verschillende benamingen en definities worden gehanteerd. Zo ben ik de begrippen direct assessment, formal assessment, administrative assessment en self-assessment tegenkomen. Voor die omschrijvingen en definities geldt verder dat er een zekere mate van dichotoom denken in doorklinkt en daarnaast gaan ze ervan uit dat er wereldwijd sprake is van een zekere uniformiteit in de toegepaste heffingstechnieken. Ter illustratie daarvan heb ik hieronder drie omschrijvingen opgenomen van onderscheidenlijk de OESO, het IMF en het IBFD (onderstrepingen daarin zijn van mijn hand; HMR).
De OESO:
“Assessment systems1 operate on the principle that all tax returns should be subject to a degree of technical scrutiny before a formal assessment is sent to the taxpayer. In practice, however, much of the scrutiny previously undertaken by technical staff has been replaced in many countries by the use of automated screening techniques to identify returns requiring scrutiny before a formal assessment is issued. To the extent that there is some level of scrutiny carried out by technical officers, it ranges in practice from a very cursory examination of some tax returns to a more in-depth examination where further inquiries may be made with taxpayers (sometimes by correspondence) before a formal assessment is issued.”
“In countries where self-assessment principles are applied, returns are typically accepted as filed in the first instance (with the exception of returns containing mathematical errors or clearly erroneous deductions) and, for income tax, a formal assessment/notice confirming/advising the tax liability is sent to the taxpayer before any inquiry. A sample of returns is selected for post-assessment audit, generally applying computer-based risk selection techniques and/or manual screening processes.”2
Het IMF:
“With respect to income tax and some other taxes, many jurisdictions have systems where the taxation authority assesses the amount of tax due based on information provided to it, usually by the taxpayer. However, efficiency concerns are increasingly motivating jurisdictions to adopt self-assessment systems, where the taxpayer determines tax owed. With regard to income taxes, self-assessment systems do not necessarily require that each individual prepare a return and determine tax owed, as several types of income can be taxed through final withholding taxes. If some taxpayers, say, small businesses, cannot currently be relied upon to determine their own tax, self-assessment for income tax can be introduced in stages, starting with larger enterprises and extended to others as they gain the necessary skills.”3
En ten slotte het IBFD:
“(…) a mechanism applied by certain countries as part of their tax collection system. Under self-assessment, the taxpayer is required to report the basis of assessment (e.g. taxable income), to submit a calculation of the tax due and, usually, to accompany the calculation with payment of the tax so calculated. The role of the tax authorities is to check (this may be done on a random basis) that the taxpayer has correctly disclosed the income and has claimed no reliefs or allowances to which it is not entitled, and otherwise to ensure that the correct amount of tax is paid. It contrasts with the role of the tax authorities in systems where they are responsible for establishing the tax due and demanding payment.”4
Scheltens geeft in de Engelstalige samenvatting van zijn proefschrift een omschrijving van de Nederlandse heffingsmethoden:
“With regard to the normal methods of charging to tax this book (…) deals with the most important two methods, both regulated by the General Tax Act, namely charging by mean of an assessment and charging by means of an obligatory ‘spontaneaous’payment without any assessment and together with te delivery of a tax return.”5
Deze omschrijvingen wijken niet sterk af van bovenstaande omschrijvingen van de OESO, IMF en IBFD. Daarmee dringt zich het beeld op dat de Nederlandse heffingsmethoden vergelijkbaar zijn met de heffingstechnieken die in andere landen worden toegepast. Verder klinkt in de woorden van Scheltens door dat deze omschrijvingen algemeen toepasbaar zijn.
Om vast te kunnen stellen in hoeverre er ten aanzien van de in de wereld toegepaste heffingstechnieken sprake is van mondiale uniformiteit, is – zoals ik in paragraaf 1.7.3 al schreef – in beginsel onderzoek nodig in alle 194 landen op de wereld. Dat is echter te omvangrijk, nog los van de vraag of het mogelijk is om alle relevante informatie te vinden en te begrijpen. In dit deelonderzoek streef ik geen volledigheid na. Het gaat vooral om een eerste verkenning van de problematiek. Om die reden heb ik gekozen voor een deelonderzoek onder een aantal landen ten aanzien waarvan in het Nederlands of het Engels publicaties zijn verschenen over de aldaar toegepaste heffingstechnieken. De reden voor het verschijnen van deze publicaties is vaak dat de auteurs aandacht besteden aan de resultaten van een omzetting van de heffingstechniek (van ‘direct/administrative assessment’ naar ‘self-assessment’; zie tabel 5) die in deze landen op enig moment plaatsvond. Dit betreft een groep van veertien landen. Voor het doen van onderzoek is dit qua omvang enerzijds een niet te grote populatie6 om per land te kunnen onderzoeken wat de aanvankelijk toegepaste heffingstechniek was (‘direct/administrative assessment’) en welke techniek na deze omzetting werd toegepast (‘self-assessment’). Anderzijds is de groep landen groot genoeg om er op basis van de onderzoeksresultaten enkele algemene conclusies uit te kunnen destilleren. Tevens biedt het onderzoek onder deze groep landen de gelegenheid om gelijktijdig informatie te verzamelen over het waarom van die omzetting (dit laatste komt aan de orde in hoofdstuk 6).
Tabel 5 Overzicht van landen waarin de heffingstechniek is omgezet
Land
Jaar waarin omzetting naar ‘self-assessment’ plaatsvond
Corporate income tax
Personal income tax
Japan
1947
1947
Sri Lanka
1972
1972
Pakistan
1979
1979
Bangladesh
1981
1981
Indonesië
1982
1984
Australië
1986/87
1992
Ierland
1988
1988
Nieuw Zeeland
1988
1988
Nigeria
1992
1992
Zuid-Korea
1996
1996
Verenigd Koninkrijk
1999
1996/7
Maleisië
2001
2004
Luxemburg
2012
-
Seychellen
2012
-
Om te kunnen onderzoeken of en in hoeverre de elders toegepaste heffingstechnieken onderling vergelijkbaar zijn, heb ik ze op vier onderdelen beoordeeld. Drie van die vier onderdelen zijn dezelfde als die ik heb gebruikt in het kader van het onderzoek naar de onderlinge vergelijking van de Nederlandse heffingsmethoden (zie hoofdstuk 3). Dat zijn: het doen van aangifte, het toezicht (voor- dan wel achteraf) en boeten. Over de betalingstermijnen is er nauwelijks informatie voorhanden. Dit kernelement heb ik om die reden niet in deze vergelijking betrokken. Bovendien zou het onderzoek zich anders teveel richten op allerhande details, die vanuit Nederlandse optiek minder relevant zijn. In dit verband is juist een deelonderzoek op hoofdlijnen gewenst. Als vierde kernelement heb ik daarom gekozen voor de vraag of en in welke vorm de belastingdienst de belastingplichtigen informeert over de hoogte van het door hen verschuldigde belastingbedrag. De reden om de technieken op dit punt te onderzoeken, is de volgende. In sommige landen is naar mijn mening sprake van een met een de Nederlandse aangiftebelasting vergelijkbare heffingstechniek. Niettemin worden de belastingplichtigen daarbij door de belastingdienst aldaar geïnformeerd over de hoogte van het door hen verschuldigde belastingbedrag. Dit roept de vraag op of naar de Nederlandse situatie vertaald sprake is van het vaststellen, opmaken en bekend maken van een belastingaanslag.