NJB 2013/499
Art. 9 jo. 14 EVRM. Religieuze uitingen op de werkvloer. Dragen van kruis over uniform. Gewetensbezwaarde trouwambtenaar. Gewetensbezwaarde werknemer. Definitie ‘religieuze uiting’. Horizontale werking. Ruime margin of appreciation. Belangenafweging per geval verschillend
EHRM 15-01-2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0115JUD004842010 (Eweida e.a./United Kingdom)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
15 januari 2013
- Zaaknummer
48420/10
59842/10
51671/10
36516/10
- LJN
BZ1190
- Roepnaam
Eweida e.a./United Kingdom
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Arbeidsrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Discriminatieverbod
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2013:0115JUD004842010, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 15‑01‑2013
- Wetingang
Essentie
Art. 9 jo. 14 EVRM. Religieuze uitingen op de werkvloer. Dragen van kruis over uniform. Gewetensbezwaarde trouwambtenaar. Gewetensbezwaarde werknemer. Definitie ‘religieuze uiting’. Horizontale werking. Ruime margin of appreciation. Belangenafweging per geval verschillend
Partij(en)
Eweida en anderen vs. het Verenigd Koninkrijk
Uitspraak
A. Feiten
Eweida, eerste klaagster, werkt bij de incheckbalies van British Airways (BA). Zij is Koptisch Christen en draagt om die reden een koptisch kruis om de hals. BA introduceert in 2004 een nieuwe uniformcode, waarin de regel staat dat voor het dragen van bijzondere accessoires toestemming moet worden gevraagd. In mei 2006 besluit Eweida haar kruis ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.