De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/3.5:3.5 Invoering van onmiddellijke voorzieningen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/3.5
3.5 Invoering van onmiddellijke voorzieningen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368506:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken TK 22400, nr. 3 (MvT), p. 15.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor kwam reeds ter sprake dat in 1994 de mogelijkheid werd ingevoerd om onmiddellijke voorzieningen te kunnen treffen. Tijdens de parlementaire behandeling van het desbetreffende wetsvoorstel, werd gewezen op het evidente voordeel om de spreekwoordelijke put te kunnen dempen voor het kalf is verdronken. Voorts werd door de nieuwe bevoegdheden van de ondernemingskamer te vergelijken met die van de kortgedingrechter geïmpliceerd dat onmiddellijke oplossingen wel eens een definitieve oplossing konden bieden, nu het een feit van algemene bekendheid is dat het in de rechtspraktijk dikwijls zo werkt.
Wat betreft de inhoud van onmiddellijke voorzieningen die de Ondernemingskamer kan treffen, zag de wetgever enerzijds geen aanleiding om deze te beperken door deze limitatief op te sommen. Anderzijds wilde de wetgever onmiddellijke voorzieningen beperken tot ordemaatregelen. Niet alle in art.2:356 BW genoemde eindvoorzieningen kwalificeren in de ogen van de wetgever als zodanig.1 In par. 8.4.2 wordt hierop teruggekomen.