NJ 2002, 405
Verjaring van schadevordering. Aanvang; geen derogerende werking van redelijkheid en billijkheid. Geen grond voor verlenging.
Hof 's-Hertogenbosch 04-10-2001, ECLI:NL:GHSHE:2001:AE7920
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
4 oktober 2001
- Magistraten
Bod, Kranenburg, Smeenk-van der Weijden
- Zaaknummer
C9900944/MA
- LJN
AE7920
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2001:AE7920, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 04‑10‑2001
- Wetingang
BW art. 3:301; BW art. 3:321; BW art. 6:2
Essentie
Verjaring van schadevordering. Aanvang; geen derogerende werking van redelijkheid en billijkheid. Geen grond voor verlenging.
Samenvatting
Geen grond voor verlenging van de verjaring van een schadevordering levert op de omstandigheid dat degene die door de eiser in eerste instantie voor aansprakelijk wordt gehouden, stelselmatig ontkent betrokken te zijn geweest bij het onrechtmatig handelen waardoor de schade is ontstaan, en eventueel zelfs een onjuiste voorstelling omtrent de werkelijke gang van zaken geeft om de eiser op het verkeerde been te zetten noch de omstandigheid dat de eiser daardoor zijn vermoeden dat die persoon aansprakelijk is, heeft laten varen. In het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.