BNB 2022/36
Maatstaf woondelenvrijstelling onroerendezaakbelasting voor gebruiker
HR 26-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1667, m.nt. A.W. Schep
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2021
- Magistraten
Mrs. Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage, Cools*
- Zaaknummer
20/02917
20/02919
20/02920
20/02922
20/02923
20/02924
20/02925
20/02926
20/02927
20/02928
20/02929
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
A.W. Schep
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS636383:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1667, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1761, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:736, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑08‑2021
- Wetingang
Art. 220 onderdeel a, 220c en 220e Gemeentewet
Essentie
Maatstaf woondelenvrijstelling onroerendezaakbelasting voor gebruiker
Samenvatting
Belanghebbende is mede-eigenaar en mede-gebruiker van een onroerende zaak, bestaande uit een woning, varkensstallen met bijbehorende mestkelders, een werktuigenberging, een buitenbak/buitenmanege, erfverharding en grond. Bij het opleggen van de aanslag OZB-gebruiker 2017 is uitgegaan van de WOZ-waarde per 1 januari 2016 (de waardepeildatum) van € 531.000. De aanslag is met toepassing van de woondelenvrijstelling vastgesteld naar een heffingsmaatstaf van € 224.000.
In de procedure bij de Rechtbank heeft de Heffingsambtenaar een rapport uit 2019 overgelegd waarin de waarde van de onroerende zaak per de peildatum is getaxeerd op € 573.000, waarvan € 324.000 voor de woning ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.