NJB 2024/787
Aanwezigheidsrecht, verstek en pas achteraf gebleken detentie in het buitenland, art. 6 EVRM: gelet op die buitenlandse detentie en in aanmerking genomen dat de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en op die terechtzitting geen bepaaldelijk gemachtigde raadsman aanwezig was, is de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet de verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.
HR 26-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:493
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 maart 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer en T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/00207
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:493, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑2024
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Aanwezigheidsrecht, verstek en pas achteraf gebleken detentie in het buitenland, art. 6 EVRM: gelet op die buitenlandse detentie en in aanmerking genomen dat de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en op die terechtzitting geen bepaaldelijk gemachtigde raadsman aanwezig was, is de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet de verdachte de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.