Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.9.2
16.9.2 Artikel 39 EEX-V°/32 Verdrag: bevoegdheid voor procedure ex artikel 32 EEX-r/25 e.v. Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415689:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 32 lid 3 Verdrag wijkt af en een vervolgzin luidt (in plaats vcan de laatste zinsnede van art. 38 EEX-V°): 'Indien deze partij geen woonplaats heeft in de aangezochte Staat, wordt de bevoegdheid bepaald door de plaats van tenuitvoerlegging.' De plaats van tenuitvoerlegging is derhalve slechts een mogelijkheid indien de gerequestreerde geen woonplaats heeft in de staat van het verzoek tot tenuitvoerlegging.
Par. 16.5.7.
Titel BI in EEX-V°/Verdrag bevat de bepalingen over erkenning en tenuitvoerlegging.
Vgl. aanhef art. 2, 3, en 5 EEX-V°/Verdrag.
Van een verordening kan strictu sensu niet worden gezegd dat het een `traité' is.
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/38.
Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 371.
In de art. 23 en 24 EEX-V°/17 en 18 Verdrag is voorzien in de mogelijkheid voor partijen een bevoegde rechter voor procedures terzake van hun eventuele geschillen aan te wijzen. Strekt deze mogelijkheid zich uit tot (geschillen in) de procedure tot erkenning en tenuitvoerlegging? Aannemende dat de verweerder in de procedure tot erkenning of tenuitvoerlegging zich wil verzetten — en daartoe de verzetprocedure gebruikt van art. 43 EEX-V°/36 Verdrag e.v. — is het de vraag of partijen een forum kunnen overeenkomen voor dit geschil. De relatieve bevoegdheid van de erkenningsen tenuitvoerleggingsprocedure is geregeld in art. 39 lid 2 EEX-V°/32 lid 3 Verdrag:
`Het relatief bevoegde gerecht is dat van de woonplaats van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, of van de plaats van tenuitvoerlegging.1
De bevoegdheid sluit aan bij art. 2 EEX-V°Nerdrag: het gerecht van de woonplaats van de gerequestreerde is bevoegd. Het bepaalde in de tweede zinsnede (en in de tweede zin van art. 32 lid 2, tweede zin Verdrag) is analoog aan art. 5 sub 1 EEX-V°/ Verdrag en art. 22 sub 5 EEX-V°/16 sub 5 Verdrag. Van de eerste artikel mag bij forumkeuze worden afgeweken, van de laatstgenoemde bepaling echter niet.2 Laat art. 39 EEX-V°/32 Verdrag ruimte voor afwijking van deze bepaling bij gebreke van een uitdrukkelijk voorschrift over forumkeuze in Titel III?3
Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of art. 23 EEX-V°/17 Verdrag (uit Titel II) ook geldt voor de procedure voor erkenning en tenuitvoerlegging (Titel III). Daarvoor bestaat geen grond. Titel II van Verdrag gaat over jurisdictie terwijl Titel III betrekking heeft op de erkenning en tenuitvoerlegging van uitspraken en de procedures die daarmee samenhangen. De aanhef van de artikelen in Titel II is bijzonder ruim geformuleerd. De bepalingen richten zich steeds tot degenen die worden opgeroepen voor een gerecht in een EG- c.q. verdragsluitende Staat.4 Een procedure tot erkenning of tenuitvoerlegging zoals geregeld in art. 38 EEX-V°/31 Verdrag is ook een procedure. Titel III kent hiervoor echter een eigen gedetailleerde regeling. Valt onder een 'procedure' in de zin van de bepalingen in Titel II niettemin ook een procedure tot erkenning en tenuitvoerlegging?
De EEX-V° en het Verdrag zijn een 'traite double'612 en dat maakt dat zowel (directe) bevoegdheid als erkenning en tenuitvoerlegging zijn geregeld. Uit het bestaan van vele 'traites simples' blijkt dat deze combinatie niet noodzakelijk of natuurlijk is. Deze onderwerpen dienen strikt te worden gescheiden. Titel III heeft daarom een eigen bevoegdheidsregeling in art. 39 EEX-V°/32 Verdrag. Daaruit kan worden geconcludeerd dat art. 23 EEX-V°/17 Verdrag — evenals de andere bepalingen uit Titel II — in beginsel niet van toepassing is op de procedure van art. 38 EEX-V°/31 Verdrag e.v.
Voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kan daaraan worden toegevoegd dat de bepaling in het eerste lid slechts ziet op geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan. Een procedure ontstaat niet naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking, maar door een bepaalde (eerdere) procedure en het gerechtelijke oordeel daarin. De 'bepaalde rechtsbetrekking' is dan reeds onderwerp van geschil geweest. In de procedure tot erkenning of tenuitvoerlegging kan over de bepaalde rechtsbetrekking niet meer worden geprocedeerd. Art. 36 EEX-V°/29 Verdrag sluit dat uitdrukkelijk uit.
Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag komt evenals art. 23 EEX-V°/17 Verdrag voor in Titel II, maar heeft blijkens de aanhef een hele ruime aanvullende werking. Behoudens de gevallen waarin de bevoegdheid van het gerecht voortvloeit uit andere bepalingen van de EEX-V° c.q. het Verdrag, is het gerecht alwaar de verweerder verschijnt bevoegd. De genoemde 'gevallen' kunnen ook de procedures van art. 39 EEX-V°/32 Verdrag omvatten. Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag verwijst niet uitsluitend naar de gevallen van Titel II, maar ook naar de gevallen van 'deze verordening' respectievelijk `dit Verdrag5. Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag bevat dus geen beperking tot procedures in de zin van Titel II. Uit het Rapport Jenard6 zou kunnen worden afgeleid dat art. 24 EEX-V°/18 Verdrag slechts betrekking heeft op Titel II, omdat de rapporteur voor het toepassingsbereik van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag slechts verwijst naar Titel II. Ondanks de bewoordingen die een ruimere interpretatie toestaan — en daarvoor wellicht een aanwijzing zijn — meen ik dat ook dit artikel niet van toepassing is op de procedure van art. 38 EEX-V°/31 Verdrag e.v. Daarvoor geldt hetzelfde argument als voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag: Titel II moet streng worden gescheiden van Titel III. De regels voor directe bevoegdheid in Titel II hebben een ander doel dan de bepalingen in Titel III. Bovendien is kenmerkend voor de procedure van art. 38 EEX-V°/31 e.v. Verdrag dat de verweerder in het geheel niet wordt opgeroepen en dus a fortiori niet kan verschijnen. Het gaat om een ex parte verzoek door de belanghebbende zonder dat de wederpartij wordt gehoord (art. 38 EEX-V°/31 Verdrag). De verweerder staat slechts een verzetprocedure ten dienst (art. 43 EEX-V°/36 e.v.Verdrag).
Naar mijn mening dient derhalve te worden geconcludeerd dat de art. 23 en 24 EEX-V°/17 en 18 Verdrag niet van toepassing zijn op de procedure krachtens de art. 38 EEX-V°/31 e.v. Verdrag. Op grond van eerstgenoemde artikelen kan geen forumkeuze plaatsvinden in de procedure tot erkenning of tenuitvoerlegging.
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of art. 39 EEX-V°/32 Verdrag uitdrukkelijke of stilzwijgende forumkeuze op andere gronden toelaat, bijv. op grond van het algemene beginsel van partijautonomie. Ook is denkbaar dat een forumkeuze is toegelaten, omdat in het algemeen mag worden afgeweken van regels van relatieve bevoegdheid. Wederom bestaat een verschil tussen de art. 17 en 24 EEX-V°/18 Verdrag. Aanvaarding van een regel waarbij een uitdrukkelijke forumkeuze is toegelaten is moeilijk denkbaar. Tenuitvoerlegging is namelijk onlosmakelijk verbonden met het verhaal van een vordering in een bepaalde staat. Met deze strekking is niet te verenigen dat een gerecht in een andere staat exclusief is aangewezen om van vorderingen tot erkenning of tenuitvoerlegging kennis te nemen. Daarmee zou erkenning of tenuitvoerlegging van de vordering onmogelijk worden. Dat geldt in het bijzonder voor verweerders die slechts enkele specifieke verhaalsobjecten hebben, zoals schepen of onroerend goed.
Aanvaarding van stilzwijgende forumkeuze is niet in strijd met art. 39 EEX-V°/32 e.v. Verdrag. Indien de verweerder in de verzetprocedure zich niet verzet tegen de bevoegdheid van het gerecht, zijn er geen redenen een stilzwijgende forumkeuze niet mogelijk te achten. De verzoeker zal het gerecht voor verlof tot erkenning of tenuitvoerlegging hebben gekozen, gelet op zijn belang bij de erkenning of tenuitvoerlegging. Indien de verweerder daartegen geen bezwaar heeft, zie ik niet in waarom stilzwijgende forumkeuze ontoelaatbaar zou zijn. Stel bijv. dat de statutaire woonplaats van een vennootschap (bijv. Groningen) aanzienlijk afwijkt van de feitelijke plaats van vestiging (bijv. Maastricht), zou het gerecht in Maastricht zich dan ambtshalve onbevoegd moeten verklaren? Hoe is bovendien de plaats van tenuitvoerlegging zoals bedoeld in art. 39 lid 2 EEX-V°/32 lid 2 Verdrag te controleren door het gerecht, indien de verweerder tegen de bevoegdheid in de verzetprocedure geen bezwaar maakt? Kan dan een stilzwijgende forumkeuze worden aangenomen, zodra in de verzetprocedure de bevoegdheid niet wordt betwist? Naar mijn mening bestaan daartegen geen bezwaren. Ten eerste is het beginsel van partijautonomie ruim aanvaard in de EEX-V° en het Verdrag. De mogelijkheid tot het doen van een stilzwijgende forumkeuze op grond van Titel II is reeds zeer ruim. Geen processueel belang verzet zich tegen het aanvaarden van partij autonomie voorzover het gaat om stilzwijgende forumkeuze. Evenmin verzetten de belangen van partijen zich tegen deze oplossing. In het aangehaalde geval is het voor betrokkenen eenvoudiger de procedure op tegenspraak te voeren in Maastricht dan in Groningen. Een verweerder is na betekening in staat zelf te beslissen of zijn belangen beter zijn gediend bij een andere territoriale bevoegde rechter. Zo ja, dan is de verweerder in staat de onbevoegdheid in te roepen. Het eenzijdige karakter van de procedure tot tenuitvoerlegging verzet zich tegen het aannemen van een stilzwijgende forumkeuze. De verweerder wordt niet gekend in het verzoek tot erkenning of tenuitvoerlegging. Door de verzetprocedure zijn de rechten van de verweerder echter gewaarborgd. Na ambtshalve toetsing door de rechter zullen zich slechts weinig gevallen voordoen waarbij een stilzwijgende forumkeuze in een procedure tot erkenning of tenuitvoerlegging aan de orde is. Mocht zich zo 'n geval voordoen, dan bestaat mijns inziens geen reden de mogelijkheid van een stilzwijgende forumkeuze af te wijzen.
Samenvattend: een uitdrukkelijke forumkeuze in een procedure krachtens de art. 38 EEX-V°/31 e.v. Verdrag is niet mogelijk.7 Een stilzwijgende forumkeuze acht ik wel mogelijk, omdat zulks in lijn is met het beginsel van partij autonomie en de belangen van geen van de partijen zich verzetten tegen het voeren van een verzetprocedure voor een gerecht dat de instemming heeft van beide partijen.