Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/15.2.1
15.2.1 De "signaling" hypothese
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS579056:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ferrell (2004), p. 9, met verdere verwijzingen. Zie ook Romano (2001), p. 26. Verrecchia (2001), p. 60 e.v. en Schfin (2006), p. 16-17, spreken in dit kader over '(the concept of) `unraveling' information'. De 'signaling' hypothese is oorspronkelijk afkomstig van Grossman/Hart en gebaseerd op de aannames dat geen transactiekosten bestaan en dat fraude (met name liegen) illegaal is en niet voorkomt, zie Grossman/Hart (1980), p. 324.
Aldus Ferrell (2004), p. 9.
Zie Romano (2001), p. 26, daarbij opmerkend dat 'no news is bad news'.
Aldus Verrecchia (2001), p. 61. Hij voegt daaraan toe dat een impliciete vooronderstelling bij deze aanname is dat marktparticipanten, waaronder investeerders, rationele verwachtingen hebben over de inhoud van de informatie van beursvennootschappen die niet wordt gepubliceerd 'that is, they presume that withheld information is less favorable information.'
In de zienswijze van Benston en Romano — aanhangers van een model gebaseerd op vrijwillige informatieverstrekking — is een belangrijke rol weggelegd voor de zogenoemde "signaling" hypothese. Deze aanname houdt in dat lijn a world in which a firm has private information about the quality of its product and disclosure is costless, firms will voluntarily publicly disclose their private information as a signal of their product's quality."1 Een aanhanger van de "signaling" hypothese is Romano.2 Zij meent dat de "signaling" hypothese ook toepassing vindt ten aanzien van het door beursvennootschappen op vrijwillige basis naar buiten brengen van informatie die "slecht nieuws" bevat. De achterliggende verklaring daarvoor is dat het uitblijven van publiceren van, op zichzelf bezien, "unfavorable information" door investeerders (nog) negatiever zal worden beoordeeld.3 In theorie zou hierdoor uiteindelijk, wanneer wordt aangenomen dat bestuurders van beursvennootschappen streven naar maximalisering van de marktkapitalisatie van de beursvennootschap en aan het publiceren van informatie door de beursvennootschap kosten zijn verbonden, een evenwichtssituatie ontstaan. Het kenmerk van die situatie is dat "information that favorably enhances the firms current market capitalization is disclosed, and information that unfavorably enhances market capitalization is withheld."4