HR, 07-10-2025, nr. 25/00252
ECLI:NL:HR:2025:1496
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
07-10-2025
- Zaaknummer
25/00252
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1496, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑10‑2025; (Cassatie, Artikel 80a RO-zaken)
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2025:69
- Vindplaatsen
Uitspraak 07‑10‑2025
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag (art. 287 Sr), bedreiging (van politieagenten), meermalen gepleegd (art. 285.1 en 285.5 Sr) en voorhanden hebben van vuurwapens, zelfgemaakt explosief wapen en messen (art. 26.1 WWM) door in 2022 in Nijmegen tijdens gesprek met zijn behandelaren een vuurwapen te tonen en daarmee te schieten en vervolgens zijn wapens te gebruiken tegen politie. TBS met voorwaarden opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00252
Datum 7 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 januari 2025, nummer 21-002110-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. Scholte een schriftuur ingediend.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2025.