NJ 1932, p. 1633
Meineed. Onvoldoende bewijs van „opzettelijk valschelijk". Telastelegging.
HR 27-06-1932, ECLI:NL:HR:1932:100
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 juni 1932
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Taverne, de Menthon Bake, Fick en Meckmann
- Zaaknummer
[27061932/NJ_1932,_p._1633]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1932:100, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑06‑1932
- Wetingang
(Sr art. 207.)
Essentie
Meineed. Onvoldoende bewijs van „opzettelijk valschelijk". Telastelegging.
Samenvatting
Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan wel de objectieve onjuistheid van de betrokken in de dagvaarding vervulde verklaring worden afgeleid, doch zij houden niets in op grond waarvan de Rechtb. heeft kunnen aannemen, dat requirant die verklaring in zoover opzettelijk, dit is met bewustheid van hare onwaarheid, heeft afgelegd.
[Aldus ook Adv.-Gen. Wijnveldt; deze nog over de redactie der telastelegging.]
Voorgaande uitspraak
Op het beroep van F. Sch., requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 Maart 1932, in hooger beroep bevestigende een door de Arr.-Rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.