Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.4.6
4.4.6 Dogmatische bezwaren tegen de eenzijdige schepping van een vorderingsrecht
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649074:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De regeling rondom schenking is herzien omdat eenzijdige rechtshandeling in dit verband ongewenst werd beschouwd. Na de wijziging van de schenkingsregeling is aanvaarding door de begunstigde vereist, zij het dat die aanvaarding gelegen kan liggen in gedragingen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld in het erfrecht. Het opmaken van een testament is ook een eenzijdige rechtshandeling, maar voor de aanvaarding van een erfenis is instemming van de begunstigde vereist.
Verwezen zij naar het in de Toelichting Meijers geformuleerde uitgangspunt dat eenzijdige rechtshandelingen geen verbintenissen kunnen doen ontstaan, zie Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 87 en p. 588 (TM).
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III* 2014, nr. 41.
Wanneer wordt aanvaard dat een eenzijdige verklaring van de consoliderende rechtspersoon direct leidt tot het ontstaan van een (zelfstandig) vorderingsrecht, wordt aanvaard dat een partij, enkel door het doen van een eenzijdige verklaring, een vorderingsrecht kan toevoegen aan het vermogen van een ander.
Het ontstaan van een vorderingsrecht, enkel doordat een partij een (ongerichte) verklaring aflegt, zonder enige acceptatie van de inhoud of de gevolgen van die verklaring door de wederpartij,1 is niet in lijn met de grondgedachten achter het BW. 2 Dit doorkruist een fundamenteel beginsel van het contractenrecht, namelijk de partijautonomie, 3 en dit is niet in lijn met de wilsvertrouwensleer. Tegen de wil van de schuldeiser in, kan hij worden geconfronteerd met een nieuwe schuldenaar.