NJB 2020/299:Toepasselijkheid van de bijzondere motiveringsplicht bij het gebruik van een getuigenverklaring voor het bewijs bij een veroordeling in hoger beroep na een vrijspraak in eerste aanleg? In casu is deze niet van toepassing nu de zaak – anders dan het geval was in HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1943 – niet wordt gekenmerkt door de bijzonderheid dat de rechter in eerste aanleg heeft doen blijken dat hij een ten overstaan van een opsporingsambtenaar afgelegde, de verdachte belastende verklaring van een getuige niet betrouwbaar acht en daarom niet voor het bewijs gebruikt, en de rechter (mede) op die grond tot vrijspraak van het tenlastegelegde feit is gekomen, terwijl de rechter in hoger beroep die verklaring wel voor het bewijs gebruikt