NJB 2020/299
Toepasselijkheid van de bijzondere motiveringsplicht bij het gebruik van een getuigenverklaring voor het bewijs bij een veroordeling in hoger beroep na een vrijspraak in eerste aanleg? In casu is deze niet van toepassing nu de zaak – anders dan het geval was in HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1943 – niet wordt gekenmerkt door de bijzonderheid dat de rechter in eerste aanleg heeft doen blijken dat hij een ten overstaan van een opsporingsambtenaar afgelegde, de verdachte belastende verklaring van een getuige niet betrouwbaar acht en daarom niet voor het bewijs gebruikt, en de rechter (mede) op die grond tot vrijspraak van het tenlastegelegde feit is gekomen, terwijl de rechter in hoger beroep die verklaring wel voor het bewijs gebruikt
HR 14-01-2020, ECLI:NL:HR:2020:5
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 januari 2020
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend
- Zaaknummer
18/01509
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:5, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑01‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:1169, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑11‑2019
- Wetingang
Essentie
Toepasselijkheid van de bijzondere motiveringsplicht bij het gebruik van een getuigenverklaring voor het bewijs bij een veroordeling in hoger beroep na een vrijspraak in eerste aanleg? In casu is deze niet van toepassing nu de zaak – anders dan het geval was in HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1943 – niet wordt gekenmerkt door de bijzonderheid dat de rechter in eerste aanleg heeft doen blijken dat hij een ten overstaan van een opsporingsambtenaar afgelegde, de verdachte belastende verklaring van een getuige niet betrouwbaar acht en daarom niet voor het bewijs gebruikt, en de rechter (mede) op die grond tot vrijspraak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.