Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/7.5:7.5 Conclusie
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/7.5
7.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS603370:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zijn alle actoren die een rol spelen in het kader van de monitoring van emissies van, en toezicht op, (vliegtuig)exploitanten behandeld. Daarbij stond de volgende deelvraag centraal:
Op welke wijze wordt in Nederland toezicht gehouden op de naleving van de ETS-regelgeving? Leiden de handhavingsbevoegdheden in de praktijk tot een uitvoering van de richtlijn, die recht doet aan de inhoud van de richtlijn?
De conclusie is dat de Nederlandse implementatie en uitvoering van het toezicht op (vliegtuig)exploitanten grotendeels voldoen aan de eisen die voortvloeien uit het EU-recht. Evenwel is opgemerkt dat de handhaving ten aanzien van exploitanten/drijvers niet voldoet aan het gelijkwaardigheidsbeginsel, omdat er in tegenstelling tot de omgevingsvergunning geen gebruik kan worden gemaakt van een last onder bestuursdwang. Ook het gebruik van het begrip ‘inrichting’, hoewel grotendeels in overeenstemming met het EU-recht, leidt op enkele punten tot strijd met de regels die voortvloeien uit de Richtlijn ETS, Verordening (EU) 601/2012 en Verordening (EU) 600/2012, met name waar de monitoring is gekoppeld aan de beoordeling van tussentijdse wijzigingen in de kosteloze toewijzing van emissierechten. Immers, zoals in hoofdstuk 4 is uitgewerkt, zal er bij een inrichting in andere gevallen sprake zijn van een significante aanpassing dan wanneer wijzigingen op het niveau van de installatie worden benaderd.
Wat betreft de toezichthouders is opgemerkt dat de motivering voor het aanwijzen van het bestuur van de RvA als zelfstandig bestuursorgaan heroverweging verdient. Hoewel vanuit EU-perspectief het privaatrechtelijk karakter niet problematisch is, schrijft de Wzbo voor dat er slechts in zeer uitzonderlijke gevallen voor mag worden gekozen dat een zbo-status wordt verleend aan een orgaan van een privaatrechtelijk rechtspersoon. Nagegaan moet dus worden of de functies van het bestuur van de RvA niet even goed door een orgaan van een publiekrechtelijke rechtspersoon zouden kunnen worden uitgeoefend. Een vergelijking met Ierland laat zien dat vanuit Ierse optiek een publiekrechtelijk orgaan even goed toezicht kan houden op verificateurs.